Al abonnee? Activeer hier uw premium account

Keuzes voorafgaand aan het poten van aardappelen: Plantmateriaal

18 april 2023

Het poten van aardappelknollen betekent het toevertrouwen aan de bodem van de twee aspecten van teeltmateriaal. Ten eerste is er het genetisch materiaal bestaande uit de soort en het ras gericht op het telen van een gewas dat is aangepast aan de plaatselijke omstandigheden en bestand tegen de heersende ziekten en plagen en daarbij de juiste kwaliteitsspecificaties produceert.

Daarnaast gaat fysiek plantmateriaal de grond in: poters, in-vitroplantjes of zaailingen en in geval van poters met een bepaalde leeftijd, hun grootte (geheel of in stukken) en gezondheid. Hoe groter de poters of hoe groter de massa van de miniknollen, microknollen, bewortelde plantjes uit zaad (zaailingen) of in-vitroplantjes, hoe eerder en hoe meer de bodem bedekt is door zonnestraling onderscheppend loof en hoe hoger de opbrengst. Lagere opbrengsten zijn aanvaardbaar als het plantmateriaal goedkoper is of wanneer het geoogste product een hogere waarde heeft. Miniknollen en microknollen zijn verstoken van ziekten en plagen, zodat hun product waardevol basispootgoed is, wat hun lagere opbrengst rechtvaardigt.

Teeltkeuzes

Er zijn teeltkeuzes te maken om de leeftijd (de kiemrustfase) van poters naar voren te halen of uit te stellen. Hogere bewaartemperaturen (bijvoorbeeld 15 °C in plaats van 4 °C) leiden tot eerdere kieming en geven aanleiding tot één kiem per poter. Het poten van zulke knollen levert slechts eenstengelige planten op. Langdurige opslag bij hoge temperaturen leidt uiteindelijk wel tot meer kiemen per knol. Bij bewaring in het donker rekken de kiemen uit en breken af bij het poten, waarna er weer nieuwe kiemen ontstaan. Dit afbreken wordt vermeden door voorkiemen in het licht, wat resulteert in stevige kiemen die aan de knol vast blijven zitten wanneer met zorg behandeld, zelfs bij machinaal poten. Bij te lange bewaring veroudert het pootgoed zeer en produceert knolletjes op de kiemen in de bewaarplaats of in het veld zonder dat ze opkomen: onderzeeërvorming.

Voorkiemen

Telers kunnen de opkomst en oogst versnellen door het poten van ouder pootgoed dat is voorgekiemd in diffuus licht van een vroeg ras in een bodem verwarmd door doorzichtig plasticfolie. Dit gebeurt bijvoorbeeld aan de kust van Noord-Europa met korte winters, om de markt te voorzien van vroege lokale aardappelen tussen de invoer uit het Middellandse Zeegebied en het op de markt komen van de lokale hoofdoogst.

Poters wegen meer dan miniknollen die weer een grotere massa hebben dan bewortelde plantjes verkregen uit zaden (true potato seed, TPS) of in vitro. Microknollen geproduceerd in vitro vertonen een bodembedekkingspatroon tussen dat van miniknollen en plantjes in. Daadwerkelijke bodembedekkingspatronen zijn afhankelijk van ras, grootte van knol en plantje en van de groeiomstandigheden. Opbrengsten zijn evenredig aan de hoeveelheid zonnestraling onderschept door het gewas, dus nauw gecorreleerd aan de oppervlakten onder de krommen.

Evenementen

©2015 - 2024 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO