Als de aardappel uw vak is, lees Aardappelwereld magazine digitaal en op papier

De wet vancomparatieve voordelen

maart 2026


Daar produceren waar de omstandigheden het beste zijn. Dat is het uitgangspunt van de economische wet van de zogenoemde comparatieve voordelen. Het principe is afkomstig van de 19e-eeuwse econoom David Ricardo. Zijn theorie wordt gezien als de basis van de vrije handel en ook de mondialisering van de handel.

Vanuit dit principe is de dominante positie van de Nederlandse pootgoedhandel wereldwijd te verklaren. Meer dan de helft van de wereldwijde handel in gecertificeerd pootgoed is afkomstig uit Nederland. Nederland heeft dan ook de goede omstandigheden, zoals grondsoort en klimaat, en infrastructuur voor de teelt van pootgoed. De combinatie van teelt en pootgoedhandel maakt Nederland helemaal sterk. Tijdens een recent overleg waar ik namens NAO aanwezig was, werd dan ook het belang van het behouden van de pootgoedteelt in Nederland voor de pootgoedhandel nogmaals benadrukt. Dit werd in verband gebracht met het verminderde pakket aan gewasbeschermingsmiddelen. De korte lijnen tussen beide schakels, zijn bovendien de basis voor kennisontwikkeling en -uitwisseling. De pootgoedhandel verwerkt deze kennis in zijn nieuwe rassen. De vele landen waarheen Nederland pootgoed exporteert, waarderen de kennis die is verwerkt in de Nederlandse rassen. De kennis komt tot uiting in bijvoorbeeld rassen met een lagere inputbehoefte of met resistenties. Ondanks dat Nederland bij uitstek geschikt is pootaardappelen te telen, overwegen landen die klimatologisch of om andere redenen minder geschikt zijn soms om zelf de productie van pootgoed op te zetten. Vraag is of deze landen zich op basis van het principe van de comparatieve voordelen zich niet beter kunnen richten op andere producten of diensten. De belangstelling om zelf pootgoed, liefst van Nederlandse rassen, te telen valt mogelijk te verklaren uit de behoefte om meer zelfvoorzienend te worden. Door de huidige wereldwijde situatie is deze behoefte goed voorstelbaar. Tegelijkertijd blijft het telen van pootgoed een vak apart. Niet alleen het telen is van belang, ook de ontwikkeling van een infrastructuur voor de afzet en eventueel certificering is belangrijk. Opslagfaciliteiten kunnen bovendien nodig zijn omdat de oogst van het pootgoed niet altijd goed aansluit bij de daaropvolgende uitplantperiode. Een uitspraak die over dit alles weleens valt te beluisteren is ‘Nederland teelt toch ook geen sinaasappels’? ●

Jan Gottschall
Secretaris/beleidsspecialist NAO

Evenementen

©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO