Als de aardappel uw vak is, lees Aardappelwereld magazine digitaal en op papier

Kan het niet ietsjes minder?

april 2026


‘Kan het niet ietsjes minder?’ Dit is de laatste maanden de meest gestelde vraag als het gaat om de dosering van kiemremmingsmiddelen. Het antwoord is steevast, ‘nee dat kan niet’, op een paar uitzonderingen met consequenties na.

Gelet op de huidige marktsituatie, zal het niemand verbazen dat ook in de aardappelbewaring volop aandacht uitgaat naar kostenbesparing. Dat is logisch en dat kan, alleen in beperkte mate. Belangrijk uitgangspunt bij eventuele spaaracties op kiemremmingsmiddel is de huidige conditie van het product: is het droog, gezond en is de kiemremming vanaf inschuren volledig onder controle? Wanneer daarbij geen andere acties nodig zijn dan af en toe luchtverversing en geringe temperatuurverlaging, is het antwoord: ja, soms is in deze optimale situatie enige mate van volumereductie mogelijk. Is vanaf het moment van inschuren altijd op tijd en binnen de gestelde intervallen keurig de geadviseerde dosering van middelen als 1,4 SIGHT gegeven, dan is daarmee in elk geval een basisconcentratie in de knollen opgebouwd. De gehanteerde adviesdoseringen zijn voor dergelijke optimale omstandigheden ruim genoeg om ietsjes naar beneden bij te stellen zonder dat de kieming uit de hand gaat lopen. Dat is bijvoorbeeld met weinig risico toe te passen wanneer met zekerheid vaststaat dat een partij naar een afnemer gaat voordat weer een nieuwe behandeling nodig is. Daarbij is wel de reële kans aanwezig dat dit gepaard gaat met gewichtsverlies van de knollen wanneer in de laatste weken alsnog enige kieming op gang komt. Gewichts­verlies is zeker aan de orde bij eventueel herhalende behandelingen met verlaagde dosering en is om deze reden af te raden. Een bijkomend risico hierbij is een aanzienlijke verhoging van de kans op de vorming van inwendige kiemen bij rassen die daar gevoelig voor zijn. Nog een aanbeveling voor iedereen die een (tijdelijk) verlaagde dosering overweegt: informeer en overleg vooraf altijd met zowel afnemer als bewaar­adviseur. In gevallen waarbij een partij niet voldoet aan de beschreven omstandigheden en nog zo lang mogelijk onder goede condities bewaard moet blijven: volg de dosering volgens het middelenetiket strikt op.

Kijk vooruit

Vragen over kostenbesparing raken uiteraard eveneens aan de uitgaven voor energie. Hiervoor geldt als belangrijkste maatregel, hou de knollen op constante bewaartemperatuur. Dat kan alleen door het product met alle aandacht te blijven monitoren. Voorkom op zijn minst te grote schommelingen in die temperatuur, want dat geeft extra stimulans aan ademhaling en kieming. Dat begint met vooruitkijken, en het volgen van de weersvoorspellingen is hierin een belangrijkste eerste stap. Dreigt een periode met hogere temperaturen, breng dan vooraf de producttemperatuur iets omlaag, maximaal een halve graad Celsius. Ga vervolgens na of binnen het warme tijdsbestek momenten met lage temperaturen beschikbaar zijn voor luchtverversing en eventueel koeling. Is na de warme periode ondanks deze maatregelen de producttemperatuur alsnog flink opgelopen, koel dan niet helemaal terug naar de oorspronkelijke bewaartemperatuur, maar beperk deze actie eveneens tot een halve graad Celsius. Vervolgens is het van belang om die iets verhoogde knoltemperatuur weer zo lang mogelijk constant te houden. Bij aanwezigheid van mechanische koeling zal dat makkelijker gaan dan wanneer alleen buitenluchtventilatie beschikbaar is. Toch lukt het vaak bij beide, mits hier tijdig en voldoende aandacht naar uitgaat. ●

Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland.


Lees hier ons volledige bewaardossier!

Evenementen

©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO