Aardappelwereld magazine
Zeer recent is binnen het programma Groene Veredeling goedkeuring gegeven aan projectfinancieringen voor de periode 2026 tot en met 2029. Dit betekent dat er ook ruimte is voor een vierde en laatste hoofdstuk Bioimpuls. De deelnemers en uitvoerders verheugen zich op een goede afronding van het project, want er is nog voldoende werk aan de winkel. Peter Keijzer, projectleider Veredeling en Innovatieve Teelten bij het Louis Bolk Instituut, en veredelaar Christel Engelen, verbonden aan Wageningen Universiteit & Research, lichten toe wat deel IV dan precies in gaat houden en wat hieraan voorafging.

Voor wie binnen de aardappelsector niet bekend is met het veredelingsprogramma Bioimpuls, blikken Keijzer en Engelen eerst even terug naar het moment van ontstaan. De aanleiding was het Phytophthora-jaar 2007. Dat was een seizoen waarin voornamelijk biologische aardappeltelers een groot deel van hun oogst verloren zagen gaan door de gevreesde aardappelziekte. In dat jaar waren er nog nauwelijks resistente rassen en was er binnen de aardappelverdeling, die vooral op de gangbare landbouw gericht was, nog relatief weinig aandacht voor phytophthoraresistentie. Het waren professor Edith Lammerts van Bueren, in die tijd verbonden aan het Louis Bolk Instituut uit Driebergen, en een aantal biologische aardappeltelers en -kwekers, waaronder Niek Vos, die daarop zeiden: ‘Dit mag ons niet nog een keer overkomen. We hebben zo snel mogelijk resistente rassen nodig’. “Op dat moment liep er al wel een onderzoeksprogramma bij Wageningen UR naar de ontwikkeling van resistente rassen. Dat had de naam DuRPh, een afkorting voor Duurzame Resistentie tegen Phytophthora. Dit was echter gericht op de toepassing van cisgenese, een vorm van genetische modificatie (gmo). Omdat de biologische sector de inzet van gmo’s afwijst, is gekozen voor het opzetten van een veredelingsprogramma op traditionele wijze”, beschrijft Keijzer. De gedachten van de initiatiefnemers gingen daarbij gelijk uit naar het kopiëren van het traditionele Nederlandse systeem in de gangbare sector, de unieke samenwerking tussen kleine kwekers en grotere veredelingsbedrijven. Dankzij het al beschikbare pre-breeding-programma Plantenveredeling van Wageningen Universiteit dat gericht is op phytophthoraresistentie, kon Bioimpuls op een rijdende trein stappen. “Naast de wil om rassen met phytophthoraresistentie te kweken ging de aandacht uit naar verbetering van teelt en afzet, aangevuld met kennisuitwisseling. Dat was hoe het in 2009 begon.”
Een jaar later, in 2010, ontstond nog een ander onderzoeksinitiatief, namelijk het programma Groene Veredeling, vervolgt Keijzer. “In dit onderzoeksprogramma werken Wageningen University & Research en het Louis Bolk Instituut nauw samen met veredelingsbedrijven aan de ontwikkeling van robuuste rassen voor meerdere landbouwgewassen. Dit in zowel de biologische als de gangbare sector. De financiering voor dit veredelingsproject kwam destijds uit een openbare aanbesteding van het ministerie van Landbouw.” Dat maakte het mogelijk om Bioimpuls hieronder te hangen en gebruik te laten maken van de daarin beschikbare gelden. Dat was hard nodig, want het op traditionele wijze kweken van een ras voor een gewas als aardappelen duurt nu eenmaal vele jaren. In eerste instantie was daarvoor een minimale periode van 10 jaar uitgetrokken. “Met heel veel geluk heb je in de aardappelveredeling in deze periode mogelijk een resultaat, maar als je hier niet verder mee kunt doorontwikkelen, heb je eigenlijk niks”, weet Keijzer. “We hadden na 10 jaar het eerste resultaat, alleen was dat niet genoeg voor een robuust vervolg.” Door dit bij de Tweede Kamer en het ministerie te benadrukken, volgde goedkeuring voor Groene Veredeling deel 2. “Dat is 2020 gestart en loopt in principe door tot eind 2029, met een go/no-go voor de tweede helft in 2025. In Groene Veredeling deel 1, dat liep van 2010 tot en met 2019, resulteerden de projecten Bioimpuls-I en -II. Binnen Groene Veredeling deel 2 is Bioimpuls-III nu in de afrondingsfase en werken we hard aan het voorstel voor een afsluitend Bioimpuls-IV. Met de goedkeuring van budget 2026 tot en met 2029 binnen Groene Veredeling hebben we daarbinnen nu ook de mogelijkheid”, somt Keijzer op.

Om te duiden wat Bioimpuls-IV omvat, beschrijft het betrokken duo kort de inhoud van de hieraan voorafgaande delen. “Bioimpuls-I was in eerste instantie alleen gericht op het ontwikkelen van phytophthoraresistentie voor de biologische landbouwsector. Ondertussen was het veredelingsprogramma natuurlijk ondergeschoven in het eerste deel van het project Groene Veredeling. Dat is zowel gericht op rasontwikkeling voor de biologische als gangbare landbouw. Daar speelde natuurlijk ook in mee dat de deelnemers aan Bioimpuls, dat zijn vrijwel alle bekende aardappelkweekbedrijven in Nederland, voornamelijk gangbare telers als klant hebben. Wanneer iedereen de ontwikkelde resistente rassen kan benutten, levert dat uiteraard meer op en is het veredelingswerk veel eerder kostendekkend. Bijkomend doel was om te gaan werken aan stapeling van resistentiegenen. Dat zou sowieso een solidere basis vormen voor toepassing in de gangbare sector, zeker bij aanvulling met een gering gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Hier is extra budget voor gevraagd en daarmee konden we verder naar een volgende fase”, beschrijft Keijzer.

“Naast de hoofdfocus op stapeling van resistentiegenen voor Phytophthora zijn we in Bioimpuls-III nog een stapje verder gegaan door in te zetten op verbreding van de duurzaamheid met andere resistenties zoals voor Y-virus, aardappelmoeheid en wratziekte”, vult Engelen aan. “Het was wenselijk om op deze eigenschappen eveneens robuuste rassen te kunnen ontwikkelen. Vooral voor de verwerkende industrie, daar waar immers de grootste volumes uit de sector naartoe gaan.” En dan was er volgens haar nog het verlangen om meer en breed inzetbare merkers te ontwikkelen voor de in Bioimpuls gebruikte resistentiegenen. Dat is in een aanpalend project binnen Groene Veredeling dat onder leiding van WUR-onderzoeker Jack Vossen is opgepakt. Dat loopt volgens Keijzer zeer voorspoedig. “De ontwikkeling van merkers en de validatie binnen het veredelingsprogramma vordert gestaag. Met Bioimpuls-IV willen we voor alle gebruikte phytophthoraresistentiegenen goede moleculaire merkers ontwikkeld hebben. Bovendien willen we alle resistentiegenen in commercieel aantrekkelijk veredelingsmateriaal, liefst gestapeld, beschikbaar hebben voor de projectpartners.” Dan is er ook in Bioimpuls-IV nog de ambitie om nog meer te focussen op resistenties voor andere ziekten en plagen als virus, aardappelmoeheid en wratziekte, beschrijft Keijzer. “Aangezien Bioimpuls-IV een afsluiting zal vormen van het hele veredelingstraject, gaan we ook volop inzetten op kennisoverdracht. Het is natuurlijk de bedoeling dat de praktijk, dat zijn alle kwekers in het land, straks met de resultaten verder kunnen. Anders zou alle opgebouwde kennis zomaar weer verloren kunnen gaan. Het heet niet voor niets Impuls. Na nu al 16 en straks 21 jaar is die stimulatie beslist in gang gezet en vindt het zijn weg in zowel de biologische als de gangbare sector.”
Tot nu toe zijn er drie phytophthoraresistente Bioimpuls-rassen toegelaten op de nationale rassenlijst en zitten er drie klonen in het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek, deelt Engelen het tussenresultaat na drie perioden van veredelingswerk. “Dat vinden wij al een heel uitzonderlijke prestatie na amper 15 jaar traditioneel kweekwerk. Nola van Solana Holland uit Emmeloord is het eerste resistente ras uit Bioimpuls dat op de markt is verschenen. Dat is een mooie, goed bewaarbare, donkergele tafelaardappel. De andere twee resistente rassen Oscar en Vitanoire zijn vertegenwoordigd door Plantera uit Marknesse. Oscar combineert phytophthoraresistentie met resistenties tegen virus PVY, de nematode Globodera rostochiensis fysio 1 tot en met 5 en wratziekte fysio1. Vitanoire is een phytophthoraresistent paarsvlezig vastkokend tafelaardappelras dat ook geschikt is voor de verwerking tot frites.
Hoogstwaarschijnlijk volgen in Bioimpuls-IV nog meer rassen, maar hoeveel het er zullen zijn, is volgens Keijzer en Engelen altijd een verrassing. Het belangrijkste doel dat de deelnemers na de afronding van Bioimpuls voor ogen hebben is dat aardappelkwekers dan over voldoende kennis en plantmateriaal beschikken om met behulp van traditionele veredeling blijvend resistente rassen te kunnen ontwikkelen voor zowel biologische als gangbare teelt. ●
Evenementen
©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO