Aardappelwereld magazine
Halverwege de maand juli staat het bewaren van aardappelen alweer volledig in de teken van het nieuwe seizoen aan de horizon. Zeker in de regio Flevoland, waar de schuren na een vrijwel probleemloze opslagperiode, op de prijsissues na, bijna allemaal leeg zijn. Dat betekent tijd inruimen voor onderhoud en alert zijn op een tijdige prebehandeling tegen kieming: de veldbespuitingen met MH.
Tijdens bedrijfsbezoeken rond deze periode zijn de meeste schuren leeg, althans boven de roosters. Daaronder is het wel eens anders en liggen soms vele centimeters aan grond en aardappelresten verscholen. Als adviseurs nemen we daarom in de zomerperiode hier graag een kijkje, want vaak is daarbinnen nog het nodige werk aan de winkel. Naast het wegwerken van grond- en productresten draait het bijvoorbeeld om controle van technieken en herstel van technische mankementen. Aanslag van vuil op de ventilatorbladen kan, net als doorval in de kanalen, de ventilatiecapaciteit behoorlijk negatief beïnvloeden. Ook signaleren we dikwijls afwijkingen aan de voelers. Meestal is kalibreren al voldoende, in enkele geval zal vervanging nodig zijn. Bij dit alles is het eveneens raadzaam computerinstellingen na te lopen. Meestal staat alles nog ingesteld op de situatie aan het eind van de bewaring en zal een reset nodig zijn naar de periode waarop weer nieuw product in de schuur komt.
Zodra het todo lijstje in de loodsen is behandeld krijgt het advieswerk buiten in het aardappelveld een vervolg, waar halverwege juli de bloeiperiode veelal net is gepasseerd. Dan is de tijd aangebroken om in consumptiegewassen met alle aandacht het meest optimale tijdstip voor de behandeling met de kiemregulator MH (maleïne hydrazide) te gaan bepalen. Een geslaagde behandeling is van groot belang, want daarmee valt namelijk heel wat milliliters aan kiemremmingsmiddel tijdens de bewaarperiode te besparen. Allereerst is het goed om te beseffen dat MH een tijdelijke rem zet op de gewasgroei. Dat gebeurt het minst wanneer de aardappelplant groen en vitaal zijn. De minst negatieve invloed op de knollen is het moment waarop minstens 80 tot 90 procent een minimale doorsnee heeft bereikt. Bij tafelaardappel is een 25 millimeter genoeg, voor fritesdoeleinden minimaal 35 millimeter. MH verdeelt zich ook het meest optimaal van blad naar knol in een gezond groeiend gewas. Daarbij is voldoende groeitijd van de planten nodig om de werkzame stof goed verdeeld door en in alle knollen te krijgen. In de handleiding staat daarvoor een periode van minstens 3 tot optimaal 5 weken. Bij toepassing is minstens een relatieve luchtvochtigheid van 70 procent gewenst voor een goede opname en daarna 10 uur droogte. Ook de temperatuur mag niet te hoog zijn, maximaal 25 graden Celsius. Bij hogere etmaaltemperaturen heeft het aardappelgewas meer te lijden van de bespuiting. Bovendien is gedurende de eerste 10 uur de opname van actieve stof lager als het te warm is. Hou vervolgens ook na de toediening in de gaten of de aardappelen de gewenste ongehinderde groei volhouden. Verwelken planten alsnog binnen 2 tot 3 weken na behandeling, dan kan de opname van MH onvoldoende zijn. Dat zal in de periode na het inschuren extra aandacht vragen voor de controle op kieming. Verder valt het op dat in de Noordelijke regio’s in nogal wat aardappelrassen de knolzetting hoger is dan normaal. Dit is onder meer terug te zien bij Innovator en Lugano. Beide staan erom bekend dat ze gemiddeld genomen relatief weinig tal produceren, maar dit jaar is dit dus duidelijk niet het geval. Hou daar in rassen als deze dus ook rekening mee bij de bepaling van het optimale toepassingsmoment voor MH. ●
Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland.
Lees hier ons volledige bewaardossier!
Evenementen
©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO