Als de aardappel uw vak is, lees Aardappelwereld magazine digitaal en op papier

Aardappel, pijler van voedselzekerheid in Oekraïne

juli 2026


In Oekraïne is de aardappel nooit een bijzaak geweest, maar al generaties lang een levensader. Nu oorlog het land ontwricht en aanvoerketens onder druk staan, neemt het belang van het gewas dat lokaal beschikbaar, voedzaam en betaalbaar is verder toe. Het vertrouwde basisproduct is daarmee uitgegroeid tot een pijler onder de voedselzekerheid. De aardappel staat daarmee symbool voor de veerkracht en overlevingsdrang van de Oekraïners in oorlogstijd.

“Veel mensen zijn gevlucht en hebben kleine stukken grond gekregen. Aardappelen zijn dan het gewas waarmee je binnen enkele maanden voedsel hebt,” beschrijft Nick Gordiichuk.


Vanuit die urgentie kreeg ook het UA-NL Climate Smart Potato Demo Center vorm. Dit is een initiatief van Agrico Nederland, Agrico Oekraïne en de APH Group, met steun van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse landbouwraad in Oekraïne. Aan Nederlandse zijde leidt Michel de Bruin van Agrico het project. In Oekraïne stuurt de lokale Agrico-directeur Nick Gordiichuk de uitvoering aan, met APH Group als partner voor mechanisatie en technische ondersteuning. Samen bouwen zij aan meer dan teelt alleen. Het project moet de gehele Oekraïense aardappelketen structureel versterken en weerbaarder maken, met investeringen in pootgoed, opslag, mechanisatie en kennis.

Kwetsbare keten, doordachte aanpak

Dat plan lag overigens al op tafel voordat de oorlog uitbrak. Oekraïne kampte op dat moment al met structurele zwaktes in de aardappelketen, zoals beperkt beschikbaar pootgoed, weinig irrigatie en een groot tekort aan moderne bewaarfaciliteiten. Het gevolg was een sector met grote verschillen in opbrengst en kwaliteit. De huidige oorlog heeft die kwetsbaarheid niet veroorzaakt, maar wel pijnlijk zichtbaar gemaakt en verdiept. “Het was geen project dat op zoek ging naar geld,” zegt De Bruin. “Eerst was er een strategie, daarna volgde financiering die daar precies op aansloot.” Volgens hem was juist dat doorslaggevend en hadden RVO en de Nederlandse overheid hierin een cruciale rol. Het overheidsagentschap is namelijk bedoeld om ondernemers, agrariërs en organisaties te ondersteunen en te stimuleren bij duurzaam, innovatief, agrarisch en internationaal ondernemen. “Via de Ukraine Partnership Facility was ongeveer 2,3 miljoen euro beschikbaar voor mechanisatie, irrigatie en bewaartechnologie. Private partners voegden daar eigen middelen en expertise aan toe. Zo groeide het project uit tot een investering in een voedselsysteem dat ook onder extreme druk moet blijven functioneren”, legt De Bruin uit.

Werken onder vuur

“Via de Ukraine Partnership Facility was ongeveer 2,3 miljoen euro beschikbaar voor mechanisatie, irrigatie en bewaartechnologie”, deelt Michel de Bruin.

Hoe complex dat in de praktijk is, blijkt in de regio Tsjernihiv waar een belangrijk deel van het project plaatsvindt. Dit gebied ligt dicht bij de grens met Belarus. Daar is landbouwgrond eerst bezet door Russische troepen en later heroverd. Wegen raakten beschadigd, infrastructuur viel uit en logistieke routes verdwenen soms van de ene op de andere dag. Voor een aardappelketen is dat direct voelbaar. Zonder transport, opslag en energie komen pootgoed en consumptieaardappelen simpelweg niet waar ze moeten zijn. De kwetsbaarheid kwam pijnlijk aan het licht bij de vernietiging van een aardappelbewaring door een Russische droneaanval. Niet alleen het gebouw ging verloren, maar ook de hierin opgeslagen kostbare apparatuur en gewasbeschermingsmiddelen. Voor het bedrijf betekende dat meer dan financiële schade, er was een acuut tekort aan opslagcapaciteit. Toch viel het project daarmee niet stil. Integendeel. Er werden nieuwe opslagplekken gezocht, installaties in korte tijd gebouwd en investeringen doorgezet. “Juist in dat doorgaan schuilt de oerkracht van de Oekraïense mentaliteit en daarmee de kern van het verhaal”, weet De Bruin.

Oorlog als bedrijfsrealiteit

Pootgoed vormt de basis voor een veel grotere productie in de keten en leidt tot ongeveer 58 miljoen kilo consumptieaardappelen voor de binnenlandse markt.
De kwetsbaarheid kwam pijnlijk aan het licht bij de vernietiging van een aardappelbewaring door een Russische droneaanval.

Voor de Oekraïner Nick Gordiichuk is oorlog geen abstract decor, maar dagelijkse bedrijfsrealiteit. “Ons teeltbedrijf ligt op slechts 23 kilometer van de grens met Belarus en is bezet geweest. Dat bepaalt alles wat je doet,” zegt hij. In de eerste fase van de oorlog bleef 1000 ton pootgoed vaststaan op het bedrijf, omdat bruggen waren vernield en zware vrachtwagens het gebied niet in konden. “We konden het niet wegkrijgen. Uiteindelijk hebben we 1000 ton uitgangsmateriaal in trucks van 5 ton naar de regio Kyiv gebracht.” In die periode draaide het niet alleen om logistiek, maar ook om verantwoordelijkheid. Terwijl delen van de voedselketen stilvielen, bleef de vraag naar aardappelen bestaan. Voor veel gezinnen was het een van de weinige producten die lokaal beschikbaar en betaalbaar bleven. Een deel van de aardappelen en het pootgoed uit het project werd daarom ingezet voor directe voedselhulp en voor huishoudens die zelf voedsel moesten gaan verbouwen. Daarmee kreeg het initiatief een sociale rol die vooraf nauwelijks was voorzien. Tegelijk is er ook een hardere econo­mische realiteit. Miljoenen Oekraïners verlieten het land. “Dat betekent ook minder consumenten en dus extra druk op de markt,” zegt Gordiichuk.

Druk op arbeid en kennis

“Door te investeren in kennis, infrastructuur en samenwerking leg je een basis waarop de sector verder kan bouwen zodra de omstandigheden verbeteren”, legt Nick Gordiichuk (r) uit aan Ralf van de Beek.

De oorlog legt niet alleen druk op infrastructuur en markt, maar ook op arbeid en kennis. Technische medewerkers zijn gemobiliseerd voor militaire dienst, waardoor ervaring en vakmanschap soms abrupt uit bedrijven verdwijnen. Tegelijk stijgen de kosten voor energie, brandstof, gewasbescherming, Nederlands pootgoed en meststoffen, terwijl financiering voor telers lastiger bereikbaar wordt. Dit alles zet de beschikbaarheid van kwalitatief en betaalbaar pootgoed zwaar onder druk. Ook de structuur van de sector verandert. Grote bedrijven hebben moeite om operationeel te blijven, terwijl kleine telers en huishoudens aan belang winnen. Miljoenen mensen zijn intern ontheemd geraakt en verbouwen voedsel op kleine stukken grond bij woningen of tijdelijke onderkomens. In die context is de aardappel een logisch gewas: voedzaam, relatief eenvoudig te telen en geschikt voor directe consumptie.

Kleine telers, grote rol

Het project speelt daarop in met investeringen die niet alleen grote bedrijven dienen, maar ook schaalbaar zijn voor kleine gebruikers, door het leveren van pootgoed in kleinverpakking.

“Veel mensen zijn gevlucht en hebben kleine stukken grond gekregen. Aardappelen zijn dan het gewas waarmee je binnen enkele maanden voedsel hebt,” beschrijft Gordiichuk. Volgens de opgemaakte rapportages maken inmiddels ruim 44.000 telers gebruik van het pootgoed uit het project. Een groot deel van hen bestaat uit huishoudens met een moestuin en kleinere telers. Opvallend is dat ongeveer 75 procent van de afnemers van de kleine verpakkingen vrouw is. Achter die cijfers schuilt het grotere verhaal over gezinnen waarin de man gemobiliseerd is en de vrouw des huizes zowel het gezin als de economie van Oekraïne draaiende houdt, terwijl ze proberen hun voedselvoorziening veilig te stellen in omstandigheden waarin nog maar weinig vanzelfsprekend is. Het project speelt daarop in met investeringen die niet alleen grote bedrijven dienen, maar ook schaalbaar zijn voor kleine gebruikers door het leveren van pootgoed in kleinverpakking. Jaarlijks is er nu teelt van 100 hectare aardappelen met hedendaagse apparatuur als druppel­irrigatie en de meest moderne mechanisatie en bewaartechnologie. APH Group levert de gewenste technieken en ondersteunt operators en technische medewerkers. Zo groeit niet alleen de productiecapaciteit, maar ook de kennis in de regio.

Rassen die het verschil maken

De aardappel staat symbool voor de veerkracht en overlevingsdrang van de Oekraïners in oorlogstijd.

Ook de keuze voor nieuwe rassen is meer dan een technische ingreep. In oorlogsomstandigheden zijn rassen nodig die stabiele opbrengsten leveren, zuiniger omgaan met water en beter bestand zijn tegen stressvolle groei­omstandigheden. Via het project komen moderne rassen en kwalitatief beter pootgoed beschikbaar voor een brede groep telers. Dat zorgt niet alleen voor hogere opbrengsten, maar vooral voor meer zekerheid in de voedselproductie. Volgens de rapportages is beter uitgangsmateriaal een van de belangrijkste verklaringen voor de gerealiseerde productiestijgingen. De cijfers zijn onder deze omstandigheden opvallend. Jaarlijks produceert Gordiichuk met zijn team 5.500 ton aardappelen, waarvan ongeveer 80 procent als pootgoed wordt afgezet. Dat pootgoed vormt vervolgens de basis voor een veel grotere productie in de keten en leidt via distributie naar telers tot ongeveer 58 miljoen kilo consumptieaardappelen voor de binnenlandse markt.

Opslag en opbrengst als hefboom

De technische resultaten laten zien dat de investeringen effect hebben. In 2025 lag de gemiddelde opbrengst op 55 ton per hectare, ruim boven de oorspronkelijke doelstelling van 50 ton. Ook het aandeel pootgoed in de productie viel hoger uit dan verwacht. In sommige jaren kon tot 80 procent van de oogst als pootgoed worden afgezet. Daarmee komt kwalitatief uitgangsmateriaal sneller beschikbaar voor Oekraïense telers. Een andere cruciale schakel is opslag. Jaarlijks realiseert het project ongeveer 2.100 ton extra bewaarruimte. Dat is van groot belang in een land waar gebrek aan opslag al jaren een van de zwakste schakels in de aardappelketen vormt. Zonder goede bewaring gaat kwaliteit verloren en is pootgoed niet beschikbaar tot het voorjaar. Juist daar maken deze investeringen het verschil, omdat ze verliezen beperken en de keten meer stabiliteit geven.

Kennis als groeiversneller

Naast productie en opslag rust het project nog op een derde pijler, namelijk kennis. Traditionele trainingen op het veld bleken door de veiligheidssituatie moeilijk en soms ronduit riskant. “We hebben trainingen gegeven, terwijl er luchtafweersystemen naast ons stonden,” zegt Gordiichuk. Daarom verschoof het programma naar regionale demon­straties, video’s, sociale media en QR-codes op verpakkingen. Hiermee groeide het bereik van enkele duizenden naar tienduizenden gebruikers. Volgens Gordiichuk schuilt juist in die combinatie van productie, opslag, nieuwe rassen en kennisoverdracht de kracht van het project. Het is nadrukkelijk opgezet als businesscase, waarin economische logica en maatschappelijke impact samen optrekken. “Het gaat niet alleen om het draaiend houden van de productie in moeilijke tijden, maar ook om het creëren van structurele vooruitgang,” vertelt hij. Vandaar dat de Oekraïense aardappelspecialist het ook ziet als een investering in de periode na de oorlog. “Door te investeren in kennis, infrastructuur en samenwerking leg je een basis waarop de sector verder kan bouwen zodra de omstandigheden verbeteren.”

Aardappel als basis voor herstel

De oorlog dwingt het project voort­durend tot improviseren. Leveranciers vallen weg, bouwplannen moeten in fasen worden uitgevoerd en arbeid moet telkens opnieuw worden georganiseerd. Juist dat aanpassingsvermogen blijkt een van de belangrijkste succesfactoren. “Je moet je aanpak aanpassen en klaar zijn om te veranderen,” aldus Gordiichuk. Tegelijk blijft de economische werkelijkheid onverbiddelijk. “Winst is voor een bedrijf wat zuurstof is voor het lichaam. Zonder winst kun je niet blijven bestaan.” In die harde spanning tussen ondernemerschap, technologie en maatschappelijke noodzaak krijgt dit project zijn betekenis. Het laat zien hoe de Oekraïense aardappelsector onder extreme druk overeind probeert te blijven en tegelijk bouwt aan de toekomst. In een land waar oorlog het dagelijks leven bepaalt, is de aardappel daarmee meer dan een basisgewas en uitgegroeid tot een symbool van veerkracht en een fundament voor toekomstig herstel. ●

Jaap Delleman


Waarom deze publiek-private samenwerking werkt

Een van de meest opvallende succesfactoren achter het Oekraïne-project blijft vaak onderbelicht. Dit is de manier waarop de Nederlandse overheid via RVO, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse landbouwraad heeft samengewerkt met het bedrijfsleven.

“Bedrijven die nu handelen, helpen de samenwerkingsverbanden, toeleveringsketens en kansen van de toekomst vorm te geven”, legt Joost Klarenbeek (r) uit.

Volgens de betrokken partners maakte juist die aanpak het verschil tussen een project op papier en een project dat daadwerkelijk resultaat oplevert onder oorlogsomstandigheden. “Oekraïne is niet zomaar een land in oorlog dat hulp nodig heeft. Het is ook een zakelijke kans. Het is een belangrijke opkomende markt, met een particuliere sector die de economie al in stand houdt, banen behoudt en de basis legt voor toekomstige welvaart. En het is op weg naar het EU-lidmaatschap. Oekraïne is een aanwinst voor Europa. Een land met een opmerkelijke veerkracht, een groot vermogen tot innovatie en een schat aan menselijk kapitaal. Een land in oorlog dat zeer open is voor zaken. Het behouden van de economische ruggengraat van Oekraïne is essentieel om het sterk te houden. De prioriteit is niet het herbouwen. Het is het voorkomen dat het land instort. Voedselzekerheid maakt deel uit van deze economische kern, die te allen tijde noodzakelijk is voor de bevolking”, benadrukt Joost Klarenbeek, speciaal gezant voor Oekraïne van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Heel flexibel

Waar subsidieprogramma’s in de praktijk vaak als rigide worden ervaren, bleek de opzet van de Ukraine Partnership Facility (UPF) juist uitzonderlijk flexibel. Dat was essentieel in een land waar omstandig­heden van week tot week kunnen veranderen. “Naast de gevolgen van de oorlog wordt Oekraïne ook geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering. Ons belangrijkste agendapunt is het behouden van voedselzekerheid, terwijl we tegelijkertijd klimaatslimme landbouwpraktijken implementeren, zodat de bevolking ook in de toekomst in haar eigen voedselvoorziening kan voorzien. Nederlandse bedrijven en kennisinstituten kunnen precisietechnologieën en praktische kennis voor klimaatadaptatie inbrengen. Dit is geen eenrichtingsverkeer, maar vereist partnerschappen en toewijding. Dit blijkt ook uit de aard­appelsector in Oekraïne, zoals ik zelf heb kunnen zien”, was de realtime ervaring van Ralf van de Beek, directeur voor Inter­natio­­nale Agribusiness en Voedsel­zeker­heid bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. “De betrokken teams begrepen niet alleen de situatie in Oekraïne, maar ook de dynamiek van de landbouw. In de aardappelteelt kun je niet wachten tot procedures zijn afgerond of besluiten pas maanden later worden genomen. Een teeltseizoen wacht niet. Als een beslissing vandaag nodig is, moet er vandaag gehandeld worden. Juist die snelheid en het begrip voor de praktijk maakten het mogelijk om investeringen in opslag, irrigatie en mechanisatie op het juiste moment uit te voeren”, deelt De Bruin zijn ervaringen.

Cruciaal voor duurzaam herstel

“De steun aan de aardappelsector in Oekraïne is al lange tijd een prioriteit voor ons”, deelt Carolien Spaans (2e van links) in het land.

Dat sluit nauw aan bij de doelstelling van de Ukraine Partnership Facility. Volgens RVO is de hulpbehoefte in Oekraïne zo hoog dat ondersteuning van de private sector cruciaal is voor duurzaam herstel. Het programma richt zich daarom op concre­te projecten met tastbare resultaten die bijdragen aan bredere economische en maatschappelijke ontwikkeling. Daarbij gaat het nadrukkelijk om initiatieven met een langetermijneffect voor lokale gemeenschappen en ketens van bedrijven en organis­aties. Het zijn projecten die door marktfalen niet commercieel financierbaar zijn, maar wel van groot belang voor de wederopbouw van Oekraïne. “De steun aan de aardappelsector in Oekraïne is al lange tijd een prioriteit voor ons, en nu nog meer. Buiten Oekraïne is het moeilijk om de impact van de oorlog op het dagelijks leven en op de landbouwsector echt te zien en te voelen. Boeren blijven voor voedsel zorgen, ondanks drone- en raketaanvallen en slapeloze nachten, ondanks energiestoringen en logistieke verstoringen. Agrico Ukraine is een van de aan­sprekende voorbeelden van Nederlandse bedrijven in Oekraïne die niet alleen voor zichzelf werken, maar ook bijdragen aan de ontwikkeling van de hele sector. Dat is belangrijk voor voedselzekerheid, maar ook omdat het broodnodige steun biedt aan de plattelandsgebieden”, legt landbouwraad Carolien Spaans uit.
Juist daarin wordt het Agrico-project door betrokkenen gezien als een voorbeeld van een uitstekend functionerende publiek-private samenwerking. Via de UPF-finan­cie­ring was ongeveer 2,3 miljoen euro beschikbaar voor onder meer irrigatie, opslag en mechanisatie, terwijl de private partners daarnaast zelf substantieel investeerden in kennis, begeleiding en aanvullende infrastructuur. Volgens de projectpartners laat deze samenwerking zien hoe overheid en bedrijfsleven elkaar versterken. Niet door regels centraal te stellen, maar door gezamenlijk te werken aan een gedeeld doel, namelijk een sterker voedsel­systeem en een toekomstbestendige landbouwsector in een land dat zich midden in een oorlog bevindt. Dat maakt het project niet alleen relevant voor Oekraïne, maar ook tot een voorbeeld voor toekomstige wederopbouw- en ontwikkelingsprojecten. “Het was een genoegen om met deze groep samen te werken. Het succes van het project was onder andere te danken aan het feit dat de partners al meer dan vijftien jaar een duidelijk gezamenlijk doel hadden. Ze traden op als echte partners, hielden elkaar vast door dik en dun en communiceerden altijd open, ook met het Nederlandse overheidsagentschap. Dit maakte het voor ons gemakkelijk om het partnerschap te ondersteunen en ervoor te zorgen dat ze te allen tijde konden doorgaan”, deelt Tanja Goedhart, Adviseur Oekraïne Partnerschapsfaciliteit bij RVO. “Bedrijven die nu handelen, helpen de samenwerkingsverbanden, toeleveringsketens en kansen van de toekomst vorm te geven”, voegt Klarenbeek toe.

Evenementen

©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO