Als de aardappel uw vak is, lees Aardappelwereld magazine digitaal en op papier

Proefvelden volop in the Picture

augustus 2025


Alweer jarenlange ervaring leert dat bezoekers aan PotatoEurope veel waarde hechten aan de praktijkproefvelden die daarin zijn aangelegd. Het vergelijken van rassen, toegepaste producten en/of teeltmethoden kan telers helpen bij het maken van de juiste keuzes in de eigen bedrijfsvoering. Op de editie 2025 zal dat niet anders zijn en staan ze weer volop in the picture. Wat de aardappelsector hier kan verwachten, lichten de deelnemers zelf alvast toe.

Aandacht voor sterk opkomende rassen

Rasontwikkeling is voor de aardappelsector meer dan voorheen broodnodig om enkele grote uitdagingen voor de komende jaren aan te gaan. Agrico uit Emmeloord ontwikkelt daarom voor alle segmenten nieuwe innovatieve rassen. De coöperatie onderscheidt de segmenten industrie (frites en chips), retail, traditioneel en zetmeel. Ook voor de eigen merken BioSelect (biologische tafel- en pootaardappelen) en Semagri (pootgoedteelt voor zetmeel-, vlokken- en granulaatindustrie) staat rasontwikkeling hoog in het vaandel. Zo zijn op het demoveld in Lelystad drie jonge fritesrassen te bezichtigen, met onder meer een sterke resistentie tegen aardappelmoeheid. Het gaat daarbij om Armedi, Sidney en Lugano. De laatstgenoemde is een sterk opkomend ras, dit jaar van positie 53 in de ranglijst NAK-aangifte binnengekomen op een 9e plek in de top-10. Dit dankzij een ruime areaalverdubbeling van de pootgoedteelt tot maar liefst 322 hectare. Daarnaast werkt Agrico al jaren aan Next Generation-rassen. Dit zijn rassen met een natuurlijke bescherming tegen de aardappelziekte Phytophthora. De rassen op het demoveld die hieronder vallen zijn onder meer Levante, Beyonce en Twister. Van het merk Semagri, zijn de rassen Saprodi, Senata en Solution uitgepoot. Agrico, BioSelect en Semagri hebben elk een zeer breed scala aan aardappelrassen met hoge resistenties, goede raseigenschappen en een hoge opbrengst. Kortom, Agrico biedt keus genoeg om als teler en afnemer te bepalen welk ras van de toekomst het best past in de bedrijfsvoering. De nieuwe rassen zijn in de praktijk te bewonderen en te vergelijken op de proefvelden in Lelystad.

Rassen met aansprekende eigenschappen

Alweer jarenlange ervaring leert dat bezoekers aan PotatoEurope veel waarde hechten aan de praktijkproefvelden die daarin zijn aangelegd.

Averis uit Valthermond heeft de laatste jaren succesvolle zetmeelrassen weten te introduceren. Dat wil het kweekbedrijf op de proefvelden in Lelystad ook graag laten zien. Daarom hebben ze hierin onder meer twee variëteiten uitgepoot die de laatste jaren hoge ogen gooien in het teeltsegment als geschikt voor zowel zetmeel, vlokken en granulaten. Een zeer goed scorende is Avamond, dat dit jaar op nummer 2 staat in de NAK-areaal top-10. Het areaal is met bijna 40 hectare toegenomen tot 286. Het ras combineert de hoge drogestofopbrengst met een brede AM-resistentie, waaronder Glodobera Rostochiensis en Pallida aangevuld met resistentie tegen wratziekte fysio 6 en 18 plus een Y-virusresistentie met een cijfer 9. Het tweede ras dat bijzonder op stoom is betreft Aveline, gestegen van plek 10 naar 4 in de areaalnotering. Dat heeft het te danken aan een uitgebreide reeks duurzame eigenschappen die zetmeeltelers bijzonder aanspreken. Zo kan dit ras voor een topopbrengst late oogst en bewaring makkelijk toe met 180 kilogram stikstof per hectare. Dat is fors minder dan de hoeveelheden die andere zetmeelrassen tot nu toe gemiddeld consumeren. Voor vroege levering is zelfs 125 tot 150 kilogram meer dan toereikend bij deze jonge variëteit. Dan is het ras verder gezegend met een reeks indrukwekkende resistenties. Die zijn vergelijkbaar met Avamond, maar daar bovenop komt nog een goede phytophthoraresistentie met een 9 in de cijferlijst. Dan zijn nog twee nieuwkomers voor zetmeelteelt in het Averis-proefveld te zien, Aletta en Aventus. Deze rassen zijn uniek, omdat het de eerste rassen in de wereld zijn met resistentie tegen Meloidogyne chitwoodi en fallax. Aletta is vooral interessant voor telers die problemen hebben met aardappelmoeheid en wratziekte. Hierop scoort het ras het hoogste resistentiecijfer, respectievelijk 9 en 10 voor diverse fysio’s. Aventus is de jongste uit het viertal en ligt nu in het 2e-jaars onderzoek bij het CGO. Averis verwacht dit jaar een opname in de nationale rassenlijst. Reden voor de aandacht is dat het zeer geschikt is voor vroege levering, want hier groeien snel kilo’s in. Ook heeft het een hoog tal, wat aantrekkelijk is in de pootgoedteelt. Verder is het gezegend met heel veel brede resistenties: AM, wratziekte, Phytophthora en Y-virus.

Vroege inzet van Belanty

Hoe gezond een gewas er ook bij staat, Alternaria is een schimmelziekte die behoorlijk toe kan slaan zodra het de kans krijgt. Het ligt altijd op de loer en kan zelfs vroeg in het groeiseizoen al eerste aantastingen teweegbrengen. Dit onder meer bij loofschade door bijvoorbeeld harde wind. Onafhankelijk onderzoek heeft uitgewezen dat al acht weken na opkomst de eerste alternaria-aantastingen in het aardappelgewas voor kunnen komen. Het is daarom niet voor niets dat BASF jaren geleden al begonnen is om het tijdstip van de eerste preventieve bespuiting met bijna een maand te vervroegen van eind naar begin juli. Het nut hiervan wil de fabrikant graag aantonen in de proefvelden op PotatoEurope. Om zo lang mogelijk tegen te gaan dat ook bij het nog vrij nieuwe middel de gevoeligheid voor de schimmel af gaat nemen, is het verstandig dit af te wisselen met andere sterke middelen. Bij voorkeur met een werkzame stof die een totaal ander werkingsspectrum heeft. Belanty bevat de werkzame stof Revysol. BASF raadt aan dit af te wisselen met Propulse. Dit is een middel van Bayer waar twee werkzame stoffen in zitten, namelijk prothioconazool en fluopyram. Een vroege start begint ongeveer in de derde week van juni. Begin met Belanty en wissel telkens af met Propulse. Voor het middel van BASF is het totaal aantal toepassingen per seizoen drie keer. Een aardappelteler zal dus genoeg hebben aan ongeveer vijf alternariabehandelingen per teelt. Praktijkervaring heeft inmiddels uitgewezen dat tegenover de hogere middelenprijs ook hogere opbrengsten staan, geeft BASF aan. Uit vijf jaar proefervaring is gebleken dat de meeropbrengst na toepassing van Belanty vrijwel ieder jaar steevast ruim 2 ton per hectare bedraagt. Wat je dan overhoudt als teler kunnen de productvoorlichters tijdens PotatoEurope haarfijn voorrekenen.

Kwaliteit en opbrengstzekerheid

Hoofdthema’s in meerdere demovelden op PotatoEurope zijn opbrengstzekerheid en kwaliteitsverbetering van het aardappelgewas. Gewasbeschermings­mid­delen­fabrikant Bayer heeft daaromtrent de aandacht gericht op de aanpak van schadelijk bodemleven zoals bepaalde aaltjessoorten. Het aantal beschikbare nematiciden neemt alsmaar af en dat raakt de teelt, vooral in regio’s met grote besmettingshaarden. Ondanks deze zorg blijven gelukkig nog wel een aantal middelen beschikbaar. Er is zelfs nog een relatief nieuw vloeibaar middel beschikbaar, Verango/Velum Prime, met daarin de werkzame stof fluopyram. Het heeft een brede werking op zowel aardappelcysten-, vrijlevende alsook wortelknobbelaaltjes. Proef- en praktijkervaring leren eveneens dat na toepassing van het middel het effect op de aardappelopbrengst altijd positief is. Dan is er nog Serenade. Dit middel heeft een brede werking tegen bodemschimmels als zilverschurft, zwarte spikkel en Rhizoctonia, maar ook graslandschurft. Na toepassing vertaalt dit zich vooral in een betere schilkwaliteit van de te oogsten knollen en een positief effect op de opbrengst. Bayer zet hiernaast ook nog wat ‘bovengrondse’ middelen in de schijnwerpers. Een ervan is Propulse. Dit is een product met een werking tegen de bladschimmel Alternaria. De fabrikant wil met de bezoekers graag antwoord zien te vinden op de vraag: wat is het meest geschikte moment in de teelt om met een behandeling tegen de ziekte te starten? Het doel van beide demo’s is om te laten zien dat er nog steeds een geschikt nematicide beschikbaar is voor de aardappelteelt. En dat biologicals als Serenade een positief effect hebben op de kwaliteit van de oogst. Aanvullend voert Bayer breed onderzoek uit naar wat het gebruik van Serenade doet met de opbrengst, kwaliteit, het gehalte glycoalkaloïden in de knol en de opname van nutriënten. Naast voorlichting over de producten wil de middelenfabrikant ook graag praktijkervaringen met de bezoekers uitwisselen.

Project focust op phytophthoraresistentie

Het vergelijken van rassen, toegepaste producten en/of teeltmethoden kan telers helpen bij het maken van de juiste keuzes in de eigen bedrijfsvoering.

Vanuit het project ‘Naar een weerbare aardappelketen met robuuste rassen’ door Bionext en aangesloten onderzoekspartners, liggen er op het demoveld in Lelystad achttien variëteiten met een verbeterde phytophthoraresistentie. Deze zijn afkomstig van diverse handelshuizen en geschikt voor de uiteenlopende marktsegmenten. Daarnaast is in het demoveld aandacht voor het PPS-project “Resistentie Management voor beheersing van Phytophthora infestans”. Dit ontwikkelt handvatten die de teler kunnen helpen bij het beheersen van Phytophthora. Bij het demoveld is om deze reden een BioScout te zien. Dit is een uit Australië afkomstig geavanceerd monitoringsapparaat dat realtime data verzamelt over de aanwezigheid van oösporen boven het perceel. Het detecteert daarmee voortdurend de plaatselijke actuele ziektedruk. Dankzij een slimme integratie van data koppelt het de meetresultaten aan lokale weers- en gewasgegevens en die gaan vervolgens in adviesmodellen. Door precies te weten wanneer en waar de sporen aanwezig zijn, kunnen telers gerichter handelen op de aanwezigheid van Phytophthora en op het juiste moment maatregelen treffen. De BioScout maakt deel uit van technieken voor precisielandbouw. Vanwege de koppeling van realtime metingen van ziekteverwekkers en andere precisietechnologieën ontstaat een gecombineerde oplossing om ziekten als Phytophthora beter te beheersen. Dit draagt in de gangbare aardappelteelt direct bij aan minder chemisch middelengebruik. Daarbij leidt het in alle segmenten tot hogere opbrengsten en een betere productkwaliteit. Ook draagt het bij aan de verduurzaming van de landbouwsector in Nederland. Regio’s zoals Flevoland vormen daarin een belangrijke proeftuin. Bezoekers aan PotatoEurope kunnen beide dagen uitleg krijgen over de innovatieve aanpak. Een presentatie met rondleiding langs het demoveld start op beide dagen op twee tijdstippen. De eerste is om 11.30 uur en de tweede om 15.30 uur. Vertrekpunt is de Holland Potato Hub in Hal E (E2-01), het gezamenlijke paviljoen van NAO, NAK, Horizon Flevoland en provincie Flevoland.

Wandelen over het Pieperpad

Op PotatoEurope nodigt middelenleverancier Certis Belchim bezoekers bij het eigen demoveld uit voor een inspirerende wandeling over het hierin aangelegde Pieperpad. Het is een knipoog naar het bekende Pieterpad, maar dan volledig gewijd aan de aardappelteelt, zo laat het weten. Hier presenteren deskundigen op een laagdrempelige en overzichtelijke manier oplossingen voor belangrijke uitdagingen binnen de aardappelteelt. Daaronder vallen onder meer de beheersing van Rhizoctonia, Phytophthora en virus. Het doel van de wandeling over het Pieperpad is om telers praktische handvatten te bieden voor het bestrijden hiervan. Daarnaast komen ook oplossingen voor onkruidbestrijding, loofdoding, het voorkomen van insectenplagen en bewaarziekten aan de orde. Langs het pad treffen bezoekers een portfolio aan producten, van conventionele middelen tot innovatieve groene alternatieven. De kracht van dit concept zit volgens Certis Belchim in het combineren van beide. Het zal laten zien hoe geïntegreerde gewasbescherming eruit kan zien in de praktijk. Bezoekers nemen na bezichtiging van het demoveld niet alleen kennis mee naar huis over onze producten, maar vooral ook inzichten over hoe ze deze effectief en duurzaam kunnen inzetten in hun eigen teelt, zo stelt de proefveldhouder. Het Pieperpad is een uitnodiging om stil te staan bij de hele keten van aardappelproductie, van pootgoed tot bewaring, en om vooruit te kijken naar de toekomst van de teelt.

Gewasondersteuning met biostimulanten

Gewasbeschermingsmiddelenfabrikant Corteva presenteert op PotatoEurope twee middelen die de groei van de aardappelplant ondersteunen. Het gaat om twee biostimulanten, VigorSeed en BlueN. Het eerstgenoemde middel is bestemd voor toepassing rondom de start van de teelt. Toediening resulteert in een snellere en betere start van de wortelontwikkeling en daaruit volgt weer een optimalere opname van voor de plant benodigde mineralen. BlueN betreft een biostimulant die de nuttige bacterie methylobacterium symbioticum bevat. Deze kan stikstof uit de lucht binden en voor de gastheerplant beschikbaar maken. De genoemde bacterie is als preparaat toe te dienen in een dosering van 330 gram per hectare. Belangrijk is om deze biostimulant op het juiste moment toe te dienen. Dat is allereerst rond het moment waarop de aardappelplanten elkaar in de rij raken. Het meest geschikte tijdstip van de dag zijn de vroege uren waarop de huidmondjes nog openstaan. Alleen dan kan de bacterie het blad binnendringen. Is deze eenmaal binnen, dan gaat de bacterie zich tussen de cellagen van het blad tot een kolonie vermeerderen en stikstof uit de lucht binden. Dat gebeurt al zeven dagen na toediening, en dan begint ook het vrijgeven van de gebonden stikstof aan de plant. In deze periode kunnen goed gesettelde bacteriën per hectare tot wel 30 kilogram stikstof uit de lucht vissen. Deze hoeveelheid hoeft een aardappelteler dus niet in de vorm van bijvoorbeeld kalkammonsalpeter toe te dienen. Dat komt uiteraard zeer van pas in tijden van beperkende maatregelen rondom meststoffen. Aanvullend is de biostimulant VigorSeed toegepast. VigorSeed zorgt voor een betere beworteling, waardoor de plant beschikbare mineralen beter kan benutten. BlueN en VigorSeed vullen elkaar vooral aan in werking. Corteva wil met de demo’s laten zien dat door het toepassen van biostimulanten de plant efficiënter met mineralen om kan gaan. Het past in deze tijd, want het toepassen hiervan maakt het mogelijk de opbrengst van het gewas bij de huidige regelgeving zeker te stellen.

Bekijk rassen en nieuwkomers op het demoveld

Hoofdthema’s in meerdere demovelden op PotatoEurope zijn opbrengstzekerheid en kwaliteitsverbetering van het aardappelgewas.

Aardappelveredelaar HZPC uit Joure heeft zijn meest veelbelovende rassen meegebracht naar PotatoEurope. Het gaat om rassen waar nu veel vraag naar is en een serie veelbelovende nieuwkomers. Samen liggen ze in het demoveld naast de beursstand. Er zijn rassen van alle marktsegmenten waarin HZPC actief is: retail, traditioneel, frites en chips. In totaal zijn zestien rassen uitgepoot in het demoveld. Van de zestien rassen worden vijf exemplaren extra uitgelicht. Stuk voor stuk weerbare rassen die bijdragen aan oplossingen voor uitdagingen waarmee onze sector te maken heeft of krijgt, waaronder klimaatverandering, droogte, hitte, overstromingen en verzilting van de bodem. Maar ook ziekten en plagen vallen onder de uitdagingen van HZPC’s Resilience Revolution, zoals Phytophthora infestans, Alternaria en virus. Travolta en Quintera staan in de schijnwerpers bij de fritesrassen. Beide rassen combineren een middenvroege rijptijd met een hoge opbrengst, wat bijdraagt aan een hogere oogstzekerheid: telers kunnen de aardappelen van deze rassen rooien voor het vaak natte herfstweer. Travolta is daarnaast ook zeer geschikt voor lange bewaring. Verder scoort Travolta goed op kringerigheid en virus Yntn, AM Glodobera Rostochiensis 1/4 en wratziekte fysio 1. Ook is het ras sterk op Alternaria en relatief weinig gevoelig voor Phytophthora in de knol. Quintera heeft onder andere een goede resistentie tegen Y-virus en is weinig gevoelig voor schurft. Bij de chipsrassen is Norman de blikvanger. Het ras is middenvroeg rijp en waarborgt daarmee de oogstzekerheid. Een belangrijke eigenschap is zijn hoge drogestofgehalte. Dit garandeert een hoge bakkwaliteit voor chipsproducenten. Ook is het ras uitgerust met een goede resistentie voor Yntn-virus, Globodera Rostochiensis 1/4 en wratziekte fysio 10. De weerbaarheidscijfers tegen poederschurft en gewone schurft zijn ook prima. Qua tafelaardappelen licht HZPC de rassen Libra en Rashida uit. Bij Libra, retail-vers, valt vooral de hoge schurftresistentie op. Het ras Rashida valt in de categorie traditioneel vers en voelt zich als exportras thuis op vele plekken. Overal ter wereld heeft het ras hoge opbrengsten, vormt het grove knollen en heeft het een goede resistentie tegen schurft en poederschurft. Daarnaast, door het flinke formaat van de aardappelen en het goede drogestofgehalte, beschikt Rashida over uitstekende eigenschappen om (thuis)frites van te bakken.

De juiste inzet maleïne hydrazide

Kreglinger Europe NV uit Antwerpen is alweer enige jaren leverancier van de groeiregulator maleïne hydrazide. De onderneming levert de vloeibare middelen met deze werkzame stof onder de al lang bekende namen ITCAN SL 270 en Crown MH. Nieuw zijn de producten dan ook zeker niet, wel heel veel toegepast in bewaaraardappelen. Belangrijk bij de inzet van maleïne hydrazide in aardappelen is een juiste toepassing. Daar wil Kreglinger de bezoekers van PotatoEurope graag nog eens nadrukkelijk op wijzen. Het beste moment voor toepassing van Crown MH of ITCAN is zo’n vijf weken voor loofdoding, na de bloei van het gewas, wanneer 80 procent van de knollen groter is dan 35 tot 40 millimeter. Waar het vooral om draait tijdens de toepassing van de groeiregulator is dat er nog voldoende groei in het gewas zit, dan is de opname van de werkzame stof optimaal. Verder is het belangrijk om bij niet al te hoge temperaturen te spuiten. In de ochtend of avond op een droog gewas is overwegend het advies. Daarna hoort het minstens nog 10 uur droog te zijn voor een goede, volledige opname. De voornaamste reden voor de inzet van de middelen is de kiemonderdrukking tijdens bewaring. Knollen blijven langer in rust. Daardoor hoef je in de schuur minder vaak een kiem-rembehandeling uit te voeren. Bijkomende positieve effecten van een behandeling zijn een egalere productsortering, het stopzetten van doorwas en vermindering van aardappelopslag in de nateelt. Verder zal Kreglinger als eerste onderneming in Nederland het closed transfer system voor 600 liter IBC-verpakkingen introduceren. Dit werkt volgens hetzelfde principe en heeft hetzelfde doel als het Easyconnect-systeem voor kleinverpakkingen tot 20 liter. Het wil daarmee de professionele aardappelteler voorzien van een product-verpakkingscombinatie met een hoger gebruiksgemak, geoptimaliseerde efficiëntie en een betere bescherming bij het vullen van het spuitmachines.

Totaalaanpak Phytophthora infestans

De totale problematiek rondom Phytophthora infestans, dat is waar gewasbeschermingsspecialist Nufarm uit Capelle aan den IJssel graag de volle aandacht op wil vestigen tijdens PotatoEurope. Het doel van de presentatie bij de demovelden is tweeledig: beschrijving van de actuele situatie en die van de toekomst. Gebruikelijk en nog overwegend toegepast zijn chemische middelen in ziektegevoelige rassen. Voor de aankomende jaren voorziet Nufarm een verschuiven in de teelt van phytophthoragevoelige naar phytophthoraresistente rassen. Daar is ook een beheersingsstrategie voor nodig, vooral noodzakelijk om de ingekruiste resistenties in de benen te houden. Dat lukt niet zonder middelen, is de overtuiging. Wat beslist nodig zal zijn, is de inzet van bio-fungiciden, het gebruik van waarschuwingssystemen en hybride gewasbescherming. Dat laatste betreft dan een gecombineerde toediening van chemische en biologische middelen (biologicals), het liefst zo minimaal mogelijk. Aanleiding voor deze blik op de toekomst is op handen zijnde strengere Europese wetgeving. Daardoor zullen minder chemische werkzame stoffen een toelating krijgen of behouden om Phytophthora adequaat te bestrijden. Eveneens zullen vanwege de opkomst van telkens nieuwe phytophthorastammen diverse werkzame stoffen hun resistentie tegen de oömyceet verliezen. En last but not least is er nog de maatschappelijke druk om de aardappelteelt te verduurzamen, lees: minder afhankelijk te laten zijn van chemie. Zonder de werkwijze die Nufarm voor de toekomst voor ogen heeft zal de aardappelteelt niet in de benen blijven, verwacht de onderneming.

Accumulator draagt bij aan hoger pootgoedrendement

Restrain staat bekend als kiemremmer in consumptieaardappelen. Restrain heeft ook een product dat een toepassing heeft in pootgoed. Het gebruik daarin kan bij veel rassen bijdragen aan een egalere knolvorming en daarmee aan een meer renderende teelt. Hoe dat werkt wil de firma Restrain graag laten zien bij het eigen demoveld in Lelystad. Daarin zijn knollen van verschillende aardappelrassen uitgepoot die met de Restrain Accumulator en bijbehorend protocol behandeld zijn. Deze kunnen bezoekers vergelijken met de groeiresultaten van onbehandelde knollen. De firma wil verder aantonen wat de meerwaarde is van een dergelijke behandeling. Restrain Accumulator onderdrukt tijdens de bewaring de kiemgroei. Zodra de behandeling klaar is groeien de kiemen uit alle ogen echter weer krachtig door. Dat effect is te benutten door een nauwkeurige regeling van temperatuur en de accumulator. Doel is om aan het eind van de bewaarperiode ervoor te zorgen dat de kiemen op de knollen 2 tot 4 millimeter lang zijn rondom de knollen. Daarna gaat de bewaartemperatuur van 8 graden Celsius tijdelijk naar zo’n 3 tot 4 graden Celsius tot het poottijdstip. Daardoor hebben ze een gelijkmatigere opkomst na het planten. Om dat proces van temperatuur en werkingsduur precies te regelen, heeft Restrain een speciale accumulator ontwikkeld. Deze regelt de behandeling gedurende ongeveer 120 dagen tot het moment van uitschuren, vlak voor het poottijdstip. Belangrijke knoppen om aan te draaien zijn het temperatuurverloop in de behandelperiode en rassenkeuze. Een bijkomend voordeel bij de inzet van de accumulator is dat poters tijdens een groot deel van de behandelperiode bij een hogere temperatuur te bewaren zijn. Pluspunt daarbij zijn de lagere bewaarkosten, je hoeft immers minder energie in koeling te steken.

Beter inzicht in rassenportfolio

Schaap Holland uit Biddinghuizen heeft een eigen demoveld in Lelystad aangelegd om de bezoeker inzicht te geven in het portfolio aan aardappelrassen. Die heeft de aardappelonderneming in de segmenten frites, chips, schil-, tafelaardappelen en export beschikbaar. Zij presenteren daarvan zowel licentie- als vrije rassen. Daarnaast laat het ook verschillende licentierassen van andere handelshuizen zien die belangrijk zijn voor de andere activiteiten van het bedrijf. Dat zijn onder meer het verpakken van tafelaardappelen, aardappelverwerking in het schilbedrijf en leveringen aan (frites)industrieën en export. Alle rassen op het demoveld zijn onder gelijke omstandigheden geplant. Hierdoor krijgt de bezoeker een eerlijk beeld van hoe elk ras presteert. Zij kunnen de aardappelen live beoordelen en direct in gesprek gaan met onze specialisten om al hun vragen te stellen. Het demoveld biedt eveneens een compleet beeld van het actuele rassenaanbod van Schaap Holland. Dit helpt telers bij het maken van keuzes voor invulling van hun toekomstige teeltplan, zowel voor pootgoed- als consumptieaardappelen. Zo is bijvoorbeeld een ras als Amora zeer geschikt voor vroege oogst en afland-leveringen in het fritessegment. Voor een middenvroege oogst en bewaarteelt is Valencia een sterk ras. De pootgoedteelt waardeert het om de sterke virusresistentie en fritesindustrieën zijn content over de stabiele verwerkingskwaliteit. Aromata is een ras met een brede AM-resistentie (ABCDE) en heeft daarnaast uitstekende schileigenschappen. Het is daarmee ideaal voor de productie van industrieel geschilde specialiteiten en kruimige tafelaardappelen voor de retail. Het ras Gerona onderscheidt zich door een hoog knolaantal en diepgele vleeskleur. Daarmee speelt het een steeds grotere rol binnen de Europese schil- en krielaardappelteelt.

Bladvoeding voor optimaal resultaat

Bladvoeding vormt een noodzakelijke aanvulling in het bemestingsplan van aardappelen. Soiltech uit Biezenmortel is al 20 jaar actief in bladvoeding en één van de belangrijkste producenten van bladvoeding. Onder de merknaam Optima heeft het familiebedrijf een complete productlijn ontwikkeld. Op het demoveld laten ze het tussentijdse resultaat zien van de toepassing van verschillende producten in Fontane en in Innovator. Het toepassen van de bladvoedingsproducten draagt bij aan een vitaler gewas, wat zorgt voor een hogere opbrengst en betere kwaliteit. De Optima-bladvoedingslijn is het resultaat van innovatie op meerdere fronten. Dankzij de unieke formulering werken ze uiterst efficiënt en zijn ze bijzonder gebruiksvriendelijk: volledig mengbaar met de meeste gewasbeschermingsmiddelen in de tankmix en er is geen risico op uitzakking. Verder zijn de producten uitermate zacht voor het gewas. Vele proeven door onafhankelijke proefcentra, maar ook de praktijk laten zien dat toediening van de bladvoeding zowel de opbrengst als de kwaliteit van de aardappelen verbetert. Verder verhoogt het de weerbaarheid tijdens abiotische stressmomenten, zoals droogte, hitte of kou. Doordat Soiltech een uitgebreid R&D-team en een eigen Test- en Innovatiecentrum heeft, worden producten gericht geoptimaliseerd en innovaties snel naar het veld gebracht. Op het demoveld laat Soiltech zien hoe die bladvoedingsproducten het verschil kunnen maken in elke aardappelteelt. Aan de hand van de stand van het gewas zal het aantonen hoe het bijdraagt aan de vitaliteit. De productspecialisten van Soiltech geven praktische inzichten over de werking van Optima-bladvoeding en hoe hierdoor elke aardappelteelt geoptimaliseerd wordt.

Rasinnovatieve oplossingen

Rasontwikkeling is voor de aardappelsector meer dan voorheen broodnodig om enkele grote uitdagingen voor de komende jaren aan te gaan.

Wat je van een plantenveredelaar kan verwachten, zijn toekomstgerichte oplossingen voor problemen in de teelt. Dan draait het voor de aardappelen om ziekten en plagen als Phytophthora en Y-virus, maar ook hitte, droogte en wateroverlast spelen een rol. De Duitse Solana-groep, met een belangrijke vestiging in Emmeloord, zoekt en vindt daar antwoorden op. Om te laten zien wat het momenteel in huis heeft, presenteert Solana twintig verschillende rassen op het demoveld van de WUR-praktijklocatie in Lelystad. Een hoogvlieger in het fritessegment is het ras Edison. In de NAK-areaalaangifte 2025 is het teeltoppervlak sinds het jaar ervoor met bijna 60 procent gestegen naar ruim 134 hectare. Daarmee is het een van de snelst groeiende rassen bij het kweek- en handelshuis. Wat vooral pootgoedtelers in het ras aanspreekt is de sterke resistentie tegen Y-virus. Consumptietelers zijn op hun beurt weer gecharmeerd van de lage stikstofbehoefte en zijn goede droogteresistentie. En de eindafnemers, zowel fritesindustrie als verpakkers van tafelaardappelen, zijn blij met de kwalitatieve eigenschappen van het toekomstbestendige ras. Daarnaast brengt Solana ook een aantal phytophthoraresistente rassen voor het voetlicht. Een bekende is Connect en daarnaast zijn er nog nieuwkomers. Reza is er een van. Dit betreft een middenvroege roodschillige aardappel die sterk is tegen Phytophthora dankzij de aanwezigheid van meerdere resistentiegenen. Verder is het ras resistent tegen aardappelmoeheid voor Globodera Rostochiensis type 1 en 23. Het is een mooi ogende consumptieaardappel en redelijk vastkokend, maar ook geschikt voor de verwerkende industrie om frites van te bakken. Dat maakt het ras, net als een Edison, geschikt voor verschillende afzetmarkten. Tijdens de presentaties zullen de product- en salesmanagers van Solana tekst en uitleg geven over de verschillende aardappelrassen. Het gaat erom dat elke teler de rassen kiest die bij de eigen bedrijfsvoering passen. Daarbij bieden ze ook ondersteuning in de teelt en voor de eindgebruikers bij de verwerking.

Kracht en robuustheid uitstralen

Op het demoveld van het pootgoedhandelshuis STET uit Emmeloord zijn tijdens PotatoEurope tien rassen uit het eigen kweekassortiment te bewonderen. Het betreft een combinatie van vers-, frites- en chipsaardappelen die over de hele wereld te telen zijn. Het doel van de demo is om de kracht en robuustheid van de rassen voor de diverse marktsegmenten te demonstreren. De focus ligt op de stabiliteit en veerkracht van de rassen onder uitdagende groei- en teeltomstandigheden. STET wil hiermee aantonen dat rassen zoals Castor, La Vida en Aisha hier uitstekend mee om kunnen gaan en optimaal presteren. Het proefveld behandelt daarmee de toenemende vraag naar stabiele en duurzaam te telen rassen. Naast de drie genoemde rassen zal de onderneming enkele jonge zaailingen introduceren met verbeterde agronomische eigenschappen en knolkwaliteiten, en belangrijke resistenties. Op het demoveld zijn alle teeltmaatregelen en inputs gelijk gehouden, zodat de rassen onder dezelfde omstandigheden groeien. Alleen het stikstofniveau verschilt per rasgroep. Rassen met een lage stikstofbehoefte kregen 170 kilogram per hectare, gemiddelde rassen 225 kilogram en de rest 250 kilogram. Het stikstofniveau is afgestemd op wat elk ras nodig heeft voor een optimale groei. Hierdoor sluiten deze rassen goed aan bij de praktijk van een brede groep telers en eindgebruikers. Bezoekers van de veldjes kunnen samen met de buitendienstmedewerkers of productmanagers bepalen welke rassen het beste passen bij hun eigen teelt, afzet en verwerking. Verder kunnen bezoekers in de veldjes zien hoe nieuwe rassen zijn ontwikkeld die beter omgaan met de uitdagingen van de huidige pootgoed- en consumptieteelt. Denk hierbij aan een efficiëntere bemesting en een gezondere bodem. STET hoopt met het demoveld telers en eindgebruikers te inspireren om deze rassen zelf ook te telen. Dit kan helpen om risico’s beter te beheersen en de opbrengst te verhogen, ook bij wisselende groeiomstandigheden. ●

Evenementen

©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO