Actie Abonnement Aardappelwereld magazine
Een vernieuwde koers, aangescherpte ambities en een blik op de toekomst. Bij de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (NAK) is de wind duidelijk aan het draaien. Met het nieuwe strategisch beleidsplan 2028, en in het licht van Europese ontwikkelingen rond de PRM-verordening (Plant Reproductive Material), spraken we uitgebreid met algemeen directeur Jan Duijsens (JD) en operationeel directeur Nancy Rietbroek (NR) over de uitdagingen, keuzes en koers voor de komende jaren.

JD: “De aanleiding was eigenlijk tweeledig. Enerzijds vraagt de aangekondigde PRM-wetgeving vanuit Brussel om een extra manier van werken. Die impuls kwam van buiten. Anderzijds was er ook een duidelijke interne opdracht. Bij ons aantreden in 2023 heeft het bestuur namelijk expliciet aandacht gevraagd voor een viertal speerpunten, zoals het uitvoering geven aan de wetgeving, verbinding zoeken met de sector, de interne samenwerking verbeteren, en procesoptimalisatie en automatisering naar een hoger niveau tillen. Daar hoort een bredere visie bij op onze rol als keuringsdienst in een veranderend landschap van regelgeving, technologie en marktdynamiek.”
NR: “We hebben dit proces vervolgens vanaf het begin grondig aangepakt. De organisatie had vooral behoefte aan richting. Dat konden we alleen vormgeven door eerst goed te luisteren. Daarom zijn we in 2024 met heel veel mensen in gesprek gegaan. Eerst intern met collega’s van alle afdelingen, en daarna extern met meer dan tachtig personen, waaronder telers, exporteurs, brancheorganisaties, het ministerie en andere stakeholders. Dit was voor ons een gouden kans, niet alleen om inzicht te krijgen in hoe de NAK functioneert, maar vooral ook in de wensen en zorgen van de stakeholders. De zoektocht naar voldoende draagvlak was essentieel voor een gedragen koerswijziging.”
NR: “Een belangrijke zorg uit de sector was dat het NAK-label zijn waarde zou kunnen verliezen in de Europese harmonisatie. Dat hebben we serieus genomen. De kracht van het label zit hem in de transparantie en betrouwbaarheid. We hebben daarom ingezet op het versterken van die kernwaarden en het opstellen van een duidelijke missie en visie. We willen ook dat het NAK-label de kwaliteitsbelofte behoudt van zorgvuldigheid, controle en herleidbaarheid.”
JD: “We hebben als taak het toetsen van wet- en regelgeving, en nagaan of de normen worden gerealiseerd. Daarbij wil de sector dat we slagvaardig blijven, innoveren, maar ook dat we betrouwbaar zijn. Dat is een spanningsveld, want als keuringsdienst ben je soms ook degene die op de rem trapt. Door meer met de sector samen te werken en onze rol helder te houden, kunnen we samen vooruit. We hebben onze oren te luisteren gelegd en de feedback serieus verwerkt in onze strategische doelen.”

JD: “We hebben vier strategische lijnen uitgezet die leidend zijn in ons handelen. De eerste is dat het NAK-certificaat de onderscheidende waarde houdt in de markt. Dit blijft de kern van onze organisatie en onze strategie. Het label staat internationaal bekend als synoniem voor kwaliteit en betrouwbaarheid. We investeren in de onderbouwing en digitale borging van het certificaat, zodat het ook in een meer geharmoniseerde Europese markt zijn unieke positie behoudt. Daarnaast willen we dat de NAK een goede partner is en blijft van de overheid en de sector. Hierin willen we niet alleen uitvoerder zijn, maar meedenker en mede-ontwikkelaar. Het gaat om het actief bouwen aan relaties met beleidsmakers, ketenpartners, brancheorganisaties en kennisinstellingen. Samenwerking is voor ons de sleutel om relevante regelgeving, markttoegang en kwaliteitseisen goed op elkaar af te stemmen. Hierbij is het derde punt, meerwaarde halen uit onze kennis en expertise, van essentieel belang. NAK is een kennisorganisatie en we willen die rol verder uitbouwen. Onze expertise ligt niet alleen in keuren, maar ook in onderzoek, data-analyse, risicobeoordeling en procesborging. Onze kennis structureel delen met de sector en inzetten in innovatieprojecten, opleidingen en internationale samenwerking, dat is het streven. Dit kan alleen met onze mensen die van onschatbare waarde zijn en daarmee onze vierde strategische lijn vormen. Onze medewerkers zijn het kapitaal van de organisatie. We investeren daarom in hun ontwikkeling, vakbekwaamheid en werkplezier. Nieuwe rollen zoals auditor of dataspecialist vragen om nieuwe vaardigheden.”
NR: “Het beleidsplan draait dus niet alleen om wat we doen, maar vooral om hoe we het doen en gaan doen: slagvaardig, in verbinding en met oog voor de toekomst. We willen de vanzelfsprekende partner zijn en blijven voor de pootgoedsector.”
NR: “De PRM-verordening is een Europese regelgeving die het keuringssysteem voor uitgangsmateriaal grondig herziet. Op dit moment hebben pootgoedtelers en handelshuizen geen keuze, ze moeten naar de NAK voor de keuring van hun uitgangsmateriaal. Zoals het er nu naar uitziet zullen vanaf 2030 bedrijven onder voorwaarden zelf hun keuringen kunnen uitvoeren in plaats van dat dit uitsluitend door een onafhankelijke keuringsdienst zoals de NAK wordt gedaan. De NAK is toezichthouder op dat proces. Gevolg is dat we richting systeemtoezicht gaan.”
JD: “Voor zaaizaden is dat al een bestaande optie, maar voor pootgoed is dit echt een grote verandering. Het betekent dat we van directe productkeuring meer opschuiven naar toezicht op kwaliteitsmanagementsystemen. Dat vraagt om een andere manier van denken en werken. Wij als NAK moeten onpartijdig en onafhankelijk een oordeel vellen over de toekomstige eisen. Dat geldt straks zowel voor de huidige keuring met keurmeesters, als voor de te ontwikkelen proceskeuring. Hierbij weten we nog niet hoeveel bedrijven hun pootgoed zelf willen gaan keuren. Voor de buitenwereld lijkt het misschien nieuw, maar in de wereld van toezicht en handhaven is het gewoon business as usual. Bedrijven in de voedselverwerking werken bijvoorbeeld al jaren met het HACCP-systeem. Wij moeten ons in ieder geval gaan voorbereiden en het in onze bedrijfsvoering implementeren. De wettelijke opdracht om deze proceskeuring en de huidige keuringstaken uit te voeren, houden we.”
NR: “Er is zeker onzekerheid, maar die proberen we weg te nemen door helder te communiceren. Daarin trekken we samen op met het Ministerie van LVVN en we houden de vinger aan de pols in Brussel in diverse gremia. Uit de Brusselse voorstellen lijkt het erop dat de Nederlandse aanpak, met een sterke keuringsdienst en extra strenge landelijke normen, overeind blijft. Het valt ons wel op dat ook jonge telers voorstander zijn van de strengere normen die we in Nederland hebben bij het pootgoed. ‘Dat is onze toekomst’, zeggen ze.”
JD: “Als NAK zijn we betrokken bij werkgroepen in Europees verband. Dat stelt ons in staat om invloed uit te oefenen en de belangen van de Nederlandse sector te bewaken. Tegelijkertijd bouwen we aan onze eigen expertise. Klaar zijn voor het moment dat de wetgeving ingaat, dat is onze zorg. Om dit zo efficiënt mogelijk in te richten, willen we nauwer gaan samenwerken met de andere keuringsdiensten in Nederland. Hoewel iedere organisatie haar eigen takenpakket heeft en haar eigen sectoren bedient, zien we duidelijke kansen om gezamenlijk op te trekken om zo onze slagvaardigheid te vergroten en kostenbesparing te realiseren. Binnen het plantaardige domein werken we als NAK al met de BKD voor bloembollen, NAK-tuinbouw voor teeltmateriaal van bloemen, groenten en boomkwekerijgewassen, en het KCB voor verse groenten en fruit, snijbloemen en planten. Ook de keuringsdiensten Skal en COKZ betrekken we hier nauw bij. Het gaat erom gezamenlijk sterker en robuuster te worden. Daarnaast hopen we op termijn ook kostenvoordelen te realiseren. Nu zien we nog vaak dat ieder afzonderlijk het wiel uitvindt. Terwijl we allemaal te maken hebben met vergelijkbare uitdagingen, zoals bijvoorbeeld cybersecurity of digitalisering. Die uitdagingen kunnen we beter samen oppakken. Juist bij ondersteunende processen zoals financiën, HR, automatisering en kwaliteitszorg kunnen we elkaar versterken. Op dit moment hebben we in veel gevallen slechts één of een halve fte per organisatie. Dat maakt ons kwetsbaar. Stel dat we een gezamenlijke pool van juristen of kwaliteitsmanagers kunnen opzetten, met meerdere professionals in plaats van overal één, dan creëer je schaalvoordeel en inhoudelijke versterking. Zo ver zijn we nog niet, maar het is zeker een richting waar we kansen zien.”
JD: “De eerste uitdaging is eigenlijk heel basaal: de bestaande processen goed inrichten en digitaliseren. Daar begint het mee. Hoe kunnen we onze werkstromen zo efficiënt mogelijk maken, met zo min mogelijk uitzonderingen? Dat is belangrijk om grip te houden op de kostprijs van onze dienstverlening. Die basis moet op orde zijn, voordat we verdere stappen kunnen zetten. Daarna komt de volgende uitdaging, waar al decennialang over gesproken wordt: data. Dat moet nu echt vorm gaan krijgen. We verzamelen jaarlijks enorme hoeveelheden gegevens over bijvoorbeeld percelen, over rassen, over eigendom en huur, over kalenders: wanneer wordt er gepoot en wanneer gerooid. In die data zit ontzettend veel waarde. Niet alleen voor ons als keuringsdienst, maar voor de hele sector. Als je die informatie goed ontsluit, kun je processen slimmer inrichten. Denk bijvoorbeeld aan risicogestuurd keuren: het ene perceel volstaat misschien met één inspectie, terwijl een ander perceel vaker gecontroleerd moet worden. Op basis van data kun je daar beter op sturen. We zijn er nog niet, maar dat is wel de kant die we op willen. We moeten die data ontsluiten, begrijpen en inzetten voor betere, efficiëntere besluitvorming en bedrijfsvoering.”
NR: “Daarbij is technologie een middel, geen doel. De kracht van de NAK zit in de combinatie van menselijke expertise en technologische ondersteuning. We willen keurmeesters niet vervangen, maar versterken. Zij kennen het gewas, het perceel, de teler. Dat kun je niet digitaliseren. Maar wel ondersteunen met beelden, databronnen en voorspellende analyses. Maar voorlopig schrijft de wet ons nog voor dat we zowel de veld- als de partijkeuring visueel moeten beoordelen.”
JD: “Nederland is toonaangevend in de pootgoedsector, en dat willen we blijven. Het NAK-label staat wereldwijd voor kwaliteit. Die waarde is in de bijna 100 jaar dat de NAK bestaat opgebouwd. Onze strenge normen, die we samen met de sector vaststellen, zijn een belangrijk onderscheidend kenmerk. We zien dat afnemers, zeker in derde landen, juist kiezen voor pootgoed met een NAK-certificaat vanwege de betrouwbaarheid ervan. We halen alles uit de kast om die positie te handhaven. Dat de waarde van dat label voor de buitenlandse partijen zichtbaar is door dik en dun, is ons bestaansrecht en dat van de hele pootgoedsector.”
NR: “Traceerbaarheid is daarbij essentieel. Van perceel tot exportpartij kunnen we herleiden wat de herkomst en status van het materiaal is. Dat is niet alleen belangrijk voor export, maar ook voor snelle actie bij problemen zoals virusuitbraken of fytosanitaire incidenten. We investeren daarom in de traceerbaarheid van data en koppelingen tussen registratiesystemen. We willen dat het NAK-label niet alleen staat voor kwaliteit, maar ook voor transparantie, veiligheid en snelheid van handelen.”
JD: “Door ons versneld en in verbinding met de sector aan te passen aan ontwikkelingen in de omgeving. We zijn kritisch op onze eigen processen, zoeken actief naar samenwerking met andere keuringsdiensten en investeren in onze mensen. Daar stemmen we onze strategie op af.”
NR: “We zijn een organisatie in beweging. En dat moet ook, want de omgeving verandert razendsnel. Denk aan veranderingen in nationale en internationale wet- en regelgeving, klimaatverandering en technologische ontwikkelingen. Dat heeft allemaal invloed op ons werk. Daarom zetten we in op kennis, innovatie en flexibiliteit. We willen een lerende organisatie zijn, met ruimte voor experiment, evaluatie en verbetering.”
JD: “Dat we een duidelijk beeld hebben van de doelen voor de komende jaren, maar die kunnen we niet alleen vormgeven. Daarvoor hebben we de hele sector nodig: telers, handelaren, brancheorganisaties, exporteurs, om samen die hoge standaard te blijven waarmaken. De kracht van de NAK zit in de verbinding met de praktijk.”
NR: “We zijn trots op de betrokkenheid die we hebben gezien in de gesprekken. Er zit zoveel kennis en ervaring in onze organisatie. Als we dat blijven benutten en verbinden, kunnen we samen een sterke, toekomstbestendige pootgoedsector neerzetten. We gaan zelf op pad om met de sector in gesprek te blijven, maar onze deur staat altijd open voor dialoog en ideeën.” ●

De nacontrole nadert. In augustus start het intensieve traject van monstername en toetsing van het pootgoed in het lab. De NAK-directie laat, ondanks het vroege teeltseizoen en hogere pootgoedareaal van dit jaar, weten er klaar voor te zijn. “Toen we in 2023 begonnen als nieuwe directie, was het meteen een pittig jaar. Het was een bijzonder groeiseizoen, waarin alles enorm laat op gang kwam en het rooien stroef verliep, terwijl de export stond te dringen. We liepen achter met het aanleveren van resultaten. De sector was dat jaar niet tevreden. Dat snap ik volledig”, blikt Rietbroek terug. De problemen stapelden zich op in dat jaar. “We hadden veel nieuwe mensen in dienst. En verder hadden we ook nog eens monsters met veel knollen waar moeilijk mee te werken viel in het snijlab. Het kwam allemaal tegelijk”, voegt Duijsens toe.
Die ervaringen vormden de aanleiding voor een forse investering in mensen, processen en communicatie. “In 2024 hebben we daar echt op ingezet. Dat was een goed jaar voor de keuring. Processen zijn aangepast en we hebben geleerd van wat er misging. Maar misschien nog wel belangrijker: we hebben bewust de verbinding gezocht met de sector. Niet alleen om te vertellen wat we doen, maar ook om hen een kijkje achter de schermen te geven”, deelt Rietbroek. Die transparantie en aanpak wierp haar vruchten af. “We zijn eerder begonnen met het aannemen van personeel. Het laboratorium, de buitendienst, de teamleiders. Iedereen is veel beter op elkaar afgestemd. Daardoor verliep de uitvoering soepel”, weet Duijsens zich nog goed te herinneren. Voor oogstjaar 2025 is de laboratoriumvoorbereiding inmiddels rond. Extra medewerkers zijn tijdig ingehuurd en de teams staan in de startblokken. Toch zijn er ook dit jaar weer onvoorspelbare factoren. “Het seizoen loopt vier weken voor op normaal. En wat we vanuit de sector horen, is dat velen ervan uitgingen dat het areaal zou krimpen. Maar we zien juist een toename van het aantal hectares pootgoed. Dat verraste menigeen. En dat heeft natuurlijk direct invloed op de omvang van de nacontrole”, deelt Rietbroek. Die signalen benadrukken volgens beiden het belang van constante afstemming met de sector. “We halen bewust veel informatie op uit het veld. Zo kunnen we blijven meebewegen met wat er speelt.”
Evenementen
©2015 - 2025 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO