Als de aardappel uw vak is, lees Aardappelwereld magazine digitaal en op papier

Groene middelen als extra wapen in strijd tegen Phytophthora

9 juni 2026

Op het akkerbouwbedrijf van Erik Emmens in Zeijen startte begin juni een praktijkpilot met een groen gewasbeschermingsmiddel tegen Phytophthora. De pilot moet duidelijk maken hoe telers biologische middelen kunnen inpassen in de geïntegreerde bestrijding van de ziekte. Tijdens de aftrap bezocht staatssecretaris Silvio Erkens van LVVN het bedrijf. Die locatie was niet toevallig gekozen. Het bedrijf van Emmens laat zien hoe rassen met verbeterde resistentie, precisietechnieken, advisering en samenwerking in de moderne aardappelteelt steeds meer samenkomen.

De veldpilot draait om het biologische gewasbeschermingsmiddel NuXine. Het middel bestrijdt Phytophthora niet rechtstreeks. Het helpt de plant wel weerbaarder te worden door de natuurlijke afweerreactie te stimuleren. Dit jaar passen telers op vijftien bedrijven, verspreid over Nederland, het middel toe op in totaal 150 hectare consumptie-, zetmeel- en pootaardappelen. LVVN, BO Akkerbouw, Agrodis, Artemis en Nufarm werken in deze pilot samen, terwijl WUR de velden monitort. De opgedane kennis moet bijdragen aan verdere verduurzaming van de aardappelteelt. Geert Pinxterhuis van BO Akkerbouw benadrukt dat niemand groene middelen als wondermiddel moet zien. “Onderzoek van de afgelopen jaren laat zien dat een biologisch middel alleen onvoldoende krachtig is om Phytophthora volledig onder controle te houden. Het is geen vervanger van de bestaande aanpak, maar een aanvulling op de gereedschapskist.” Juist die aanvulling is volgens hem belangrijk. De aardappelsector beschikt over steeds meer rassen met verbeterde resistenties tegen Phytophthora. De sector moet die genetische vooruitgang zorgvuldig beschermen. “Als we rassen met verbeterde resistentie onbeperkt blootstellen aan infectiedruk, raken we die resistentiegenen uiteindelijk weer kwijt”, zegt Pinxterhuis. “Daarom moeten we resistentiemanagement toepassen. Dat betekent combineren en afwisselen met de middelen. Preventieve maatregelen zoals het afdekken van afvalhopen, opslag tijdig bestrijden en bij aantastingen in het veld direct ingrijpen, gebruik van rassen met verbeterde resistentie, chemische middelen waar nodig, af te wisselen met groene middelen, advisering en een BOS-systeem moeten samen een robuust systeem vormen.”

Op het akkerbouwbedrijf van Erik Emmens in Zeijen startte begin juni een praktijkpilot met een groen gewasbeschermingsmiddel tegen Phytophthora. De pilot moet duidelijk maken hoe telers biologische middelen kunnen inpassen in de geïntegreerde bestrijding van de ziekte.
Erik Emmens (l) laat staatssecretaris Silvio Erkens zien hoe ondernemerschap en innovatie samenkomen op een modern akkerbouwbedrijf, waar betrouwbare input van onderzoek en overheid onmisbaar is.

Pilot in breder perspectief

Bart de Vroome van Nufarm plaatste de pilot in een breder perspectief. Volgens hem slinkt de gereedschapskist van de akkerbouwer doordat werkzame stoffen verdwijnen, terwijl de druk op de teelt hoog blijft. “We hebben dringend behoefte aan groene oplossingen”, stelde hij. Tegelijkertijd waarschuwde ook De Vroome voor overspannen verwachtingen. Biologische middelen zijn volgens hem minder krachtig dan chemische fungiciden en vormen daarom altijd onderdeel van een bredere geïntegreerde aanpak. De toekomst ligt volgens hem in het combineren van verschillende bouwstenen. Op het door Nufarm ontwikkelde Sustainable Potato Platform onderzoeken betrokken partijen rassen met verbeterde resistentie, biostimulanten, beslissingsondersteunende systemen, precisietechnieken en groene gewasbeschermingsmiddelen in samenhang. “Met verbeterde resistente rassen in combinatie met groene middelen kun je uiteindelijk komen tot een duurzaam systeem”, aldus De Vroome. Ook hij benadrukte dat de sector resistentiegenen in aardappelrassen moet beschermen. “Anders zijn we in no-time weer terug bij af.”

Samenwerking als fundament

Dat systeemdenken past goed bij ondernemer Erik Emmens. Op zijn bedrijf teelt hij ongeveer tachtig hectare aardappelen, verdeeld over zetmeel-, consumptie- en pootaardappelen. Daarnaast werkt hij intensief samen met andere ondernemers in de regio. In de Boermarke Zeijen krijgt die samenwerking concreet vorm. Dat is een netwerk van akkerbouwers en veehouders dat werkt aan bodemkwaliteit, biodiversiteit, waterbeheer, natuurontwikkeling en efficiënter grondgebruik. Door grond te ruilen en samen te werken met veehouders kan het bedrijf een relatief hoog aandeel aardappelen in het bouwplan opnemen. Daarbij verliest Emmens de bodemvruchtbaarheid niet uit het oog. Voor hem is samenwerking geen modeterm, maar noodzaak. De bedrijven in het gebied zijn de afgelopen decennia groter geworden. Ook de maatschappelijke opgaven zijn complexer geworden. Door grond, kennis en machines te delen, creëren ondernemers volgens hem meer ruimte om te investeren in innovaties en verduurzaming. Tijdens het werkbezoek viel het woord “samenwerking” dan ook opvallend vaak. Niet alleen tussen boeren onderling, maar ook tussen telers, adviseurs, onderzoek en overheid.

Rassen met verbeterde resistentie rond woningen

Op zijn eigen bedrijf geeft Emmens die aanpak concreet vorm. Rond percelen die dicht bij woningen liggen, kiest hij bewust voor phytophthoraresistente rassen. Daardoor kan hij het aantal bespuitingen sterk terugbrengen. “Waarom zou ik daar een gevoelig ras neerzetten?”, vroeg hij zich tijdens het bezoek hardop af. Vorig jaar hoefde hij sommige resistente percelen helemaal niet tegen Phytophthora te behandelen. Toch ziet hij rassen met verbeterde resistentie niet als eindstation. Ook bij deze rassen blijft zorgvuldige begeleiding nodig. Kweekbedrijf Averis speelt daarbij als voorlichter een belangrijke rol. Via een beslissingsondersteunend systeem (BOS) volgen betrokkenen voortdurend infectiekansen, weersomstandigheden en het optimale moment van ingrijpen. Samen met de gewasbeschermingsadviseur ontstaat zo een integraal systeem van monitoring en begeleiding. Juist binnen de NuXine-pilot moet blijken hoe telers groene middelen daarbinnen het beste kunnen inzetten.

Innovatie moet wel renderen

Emmens staat bekend als een ondernemer die graag nieuwe technieken uitprobeert. Op zijn bedrijf zet hij AI-gestuurde spotspraytechnieken en precisietoepassingen in die het middelengebruik fors kunnen verminderen. Tegelijkertijd plaatste hij tijdens het werkbezoek een duidelijke kanttekening. Hij wil best risico’s nemen en investeren in innovaties, maar wel als ondernemer. “Wij zijn geen proefboerderij of onderzoeksinstituut”, luidde de boodschap. Uiteindelijk moet het bedrijf economisch renderen en moet een teler kunnen vertrouwen op maatregelen die in de praktijk werken. Dat punt kwam ook terug in gesprekken over het convenant gewasbeschermingsmiddelen. Volgens Emmens landen alle beleidsdiscussies uiteindelijk op hetzelfde boerenerf. Stikstof, waterkwaliteit, biodiversiteit, klimaat en gewasbescherming komen samen in de dagelijkse bedrijfsvoering. Nieuwe maatregelen zijn bespreekbaar, maar ondernemers moeten voldoende tijd krijgen om zich aan te passen en de risico’s moeten beheersbaar blijven.

Convenant moet richting geven

Voor staatssecretaris Erkens draaide het bezoek vooral om het ophalen van praktijkervaring voor het Convenant Gewasbeschermingsmiddelen. Ook Gert-Jan Segers, onafhankelijk voorzitter van het convenant, was daarbij aanwezig. Doel is het convenant voor de zomer op hoofdlijnen te presenteren. “Telers vragen niet alleen om nieuwe regels, maar vooral om duidelijkheid. Ondernemers moeten weten waar ze de komende jaren aan toe zijn, zodat ze investeringen kunnen doen die passen bij hun bedrijfsvoering”, zei Erkens. Volgens de staatssecretaris moet het beleid niet alleen gericht zijn op reductiedoelen. Het moet ook ruimte bieden aan ondernemerschap en innovatie op het boerenerf. “Wat moet ik doen om zowel comfort te bieden aan de omgeving als mijn werk te kunnen blijven doen? Tegelijkertijd zie je hoeveel kansen innovatie biedt.” Het convenant moet richting geven aan de periode tot 2040. Daarbij werken partijen langs drie sporen. Het gaat om innovatie van weerbare plant- en teeltsystemen, inzet van alternatieve methoden zoals groene gewasbeschermingsmiddelen en verdere ontwikkeling van precisielandbouw en robotisering. Erkens benadrukte bovendien dat ondernemers ruimte moeten houden om te blijven vernieuwen. Daarbij ziet hij ook veel kansen in nieuwe genomische technieken. Tijdens het bezoek zei hij dat Nederland dergelijke innovaties zo snel mogelijk wil benutten zodra de Europese regelgeving daarvoor ruimte biedt. Deze veredelingstechnieken kunnen volgens hem bijdragen aan de ontwikkeling van weerbare aardappelrassen. Daardoor kan de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen verder afnemen. Zowel Emmens als de betrokken organisaties benadrukten dat de transitie naar weerbare aardappelrassen niet alleen op het bordje van de teler mag belanden. De hele keten speelt een rol bij de introductie van nieuwe rassen. Pas wanneer veredelaars, handelshuizen, adviseurs, verwerkers en afnemers gezamenlijk optrekken, kunnen nieuwe rassen met verbeterde resistentie uitgroeien tot een volwaardig alternatief binnen de aardappelteelt en -handel.

Maatregelen moeten samenkomen

De nieuwe Phytophthora-pilot is daarmee meer dan alleen een proef met een groen middel. Volgens de betrokken partijen laat het project zien hoe verschillende innovaties elkaar kunnen versterken. Rassen met verbeterde resistentie, groene middelen, precisietechnieken, robotisering, advisering, BOS-systemen en nieuwe veredelingstechnieken zijn geen losse oplossingen, maar onderdelen van hetzelfde systeem. Daar ligt volgens Pinxterhuis, De Vroome en Emmens precies de uitdaging voor de komende jaren. Niet één wondermiddel zal Phytophthora oplossen. De toekomst ligt in een slim samenspel van maatregelen. Ondernemers moeten daarbij voldoende handelingsperspectief houden. Innovaties moeten sneller hun weg naar de praktijk vinden. Ook moeten waardevolle resistentiegenen in moderne aardappelrassen behouden blijven. Groene middelen zijn daarbij geen oplossing op zichzelf, maar wel een relevante bouwsteen binnen een weerbaar teeltsysteem.

Evenementen

©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO