Aardappelwereld magazine
De akkerbouwsector heeft de regels rond ATR, de vermeerdering van pootgoed voor eigen gebruik in de consumptieaardappelteelt, verduidelijkt. Aanleiding is dat in de praktijk de grens tussen reguliere NAK-vermeerdering en ATR niet altijd scherp genoeg was geformuleerd, met verhoogde fytosanitaire risico’s als gevolg. Met aangepaste beleidsregels van de NAK en verduidelijkingen in het PCC Hygiëneprotocol Ringrot wil de sector daar nu paal en perk aan stellen.
ATR staat voor het eenmalig vermeerderen van aangekocht gecertificeerd pootgoed door een consumptieteler. De eigen vermeerdering is alleen toegestaan voor uitplant voor de consumptieteelt op het eigen bedrijf. De vermeerdering moet plaatsvinden voor eigen rekening en risico van de teler. Een NAK-pootgoedteler mag overigens geen ATR telen. De basis hiervoor ligt in de Regeling plantgezondheid. Belangrijk uitgangspunt blijft dat ATR geen enkel risico mag vormen voor de fytosanitaire status van gecertificeerd NAK-pootgoed. Juist daar zat in de praktijk de spanning. Uit traceringsonderzoek en evaluaties van de NVWA met de sectorpartijen NAO, NAK, LTO, NAV en BO Akkerbouw bleek dat bij samenwerkingen en dienstverlening de scheiding tussen ATR en NAK-vermeerdering niet altijd duidelijk werd gehanteerd. Dat vergroot het risico op verspreiding van ziekten, zoals ringrot.
De belangrijkste verduidelijking in de beleidsregels van de NAK is helder en concreet, namelijk dat op één kavel slechts één regime mag worden toegepast. Dat betekent dat een perceel óf wordt gebruikt voor ATR-vermeerdering door één consumptieaardappelteler, óf voor NAK-vermeerdering. Combinaties op hetzelfde perceel zijn niet toegestaan. Daarmee wordt voorkomen dat materiaalstromen door elkaar lopen en dat er onduidelijkheid ontstaat over de herkomst en status van het pootgoed.
Daarnaast is het PCC Hygiëneprotocol Ringrot aangescherpt. Waar eerder impliciet werd aangenomen dat richtlijnen golden voor NAK-pootaardappelen, is nu expliciet vastgelegd of regels betrekking hebben op NAK-pootgoed en/of ATR-materiaal. Een concreet voorbeeld is het gebruik van kisten. Kisten die zijn ingezet voor NAK-pootgoed mogen niet worden gebruikt voor ATR. Deze scheiding in middelen en logistiek is cruciaal om kruisbesmetting te voorkomen. Daarnaast blijven identificatie en tracering sleutelbegrippen binnen zowel ATR- als NAK-stromen.
Opvallend is dat het teeltvoorschrift zelf niet is aangepast. De sector kiest nadrukkelijk voor verduidelijking en aanscherping van bestaande regels, in plaats van nieuwe regelgeving. Daarmee ligt de nadruk op bewustwording en correcte toepassing in de praktijk. De analyse liet zien dat met name in samenwerkingsverbanden en bij inzet van loonwerkers of centrale bewerkers extra risico’s ontstaan wanneer verantwoordelijkheden en stromen niet scherp zijn afgebakend.
Om bedrijven de ruimte te geven hun bedrijfsvoering aan te passen, geldt 2026 als overgangsjaar. In deze periode kunnen telers, bewerkers en andere betrokkenen hun processen in lijn brengen met de verduidelijkte regels. Vanaf 2027 wordt de handhaving aangescherpt en moeten alle betrokken partijen aantoonbaar voldoen aan zowel de NAK-beleidsregels als het PCC Hygiëneprotocol. Dat betekent dat administratie, perceelsregistratie, materiaalgebruik en logistiek volledig op orde moeten zijn.
Met de verduidelijking van de ATR-regels zetten de sectorpartijen een belangrijke stap in het borgen van de fytosanitaire kwaliteit. In een keten waarin pootgoed de basis vormt, is helderheid over herkomst, gebruik en scheiding van stromen essentieel. Voor de aardappelprofessional betekent dit vooral: scherper organiseren, beter registreren en strikt scheiden. Alleen zo blijft de ruimte voor ATR bestaan, zonder dat dit ten koste gaat van de internationale reputatie van Nederlands pootgoed.
Evenementen
©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO