Als de aardappel uw vak is, lees Aardappelwereld magazine digitaal en op papier

Bioimpuls III: nieuwe kweekdoelen en een verdubbeld deelnemersveld

oktober 2022

Bioimpuls III is alweer even een feit, maar door corona is het nog niet tot een kennismaking en uitleg gekomen. Afgelopen zomer kon dat gelukkig wel in een eerste zomerexcursie bij deelnemer Jan Boer uit Bant. Tijdens de rondgang langs zijn kweekresultaten legt projectleider Peter Keijzer uit wat de derde fase in het bijzondere aardappelkweekprogramma zoal inhoudt en kan hij vol trots melden dat het deelnemersveld hierin inmiddels is verdubbeld.


Het is alweer de zoveelste tropische dag in een lange reeks wanneer een bijna voltallige groep kwekers binnen Bioimpuls bijeen is gekomen voor een allereerste zomerexcursie. Ze zijn op dat zonovergoten moment te gast op het boerenerf van deelnemer en zelfstandig kweker Jan Boer vlak bij Bant. Deze enthousiaste aardappelveredelaar laat niet alleen graag zijn collega’s zien wat zijn kruisingsresultaten zijn, maar deelt ook zijn passie met de buitenwereld via zijn eigen YouTube-kanaal Boer Jan. In een van de vele filmpjes heeft hij al eens getoond dat hij per post enkele zakjes zaden ontvangt voor zijn deelname aan het succesvolle aardappelveredelingsprogramma. Nu mag hij de medekwekers in het gezelschap tonen welke recente resultaten uit het kruisingswerk voortgekomen zijn. Voor een gezelschap getooid met hoeden en petten tegen het felle zonlicht, laat hij vol trots planten in de kruisingskas en de vele zaailingen op de buitenveldjes zien. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar eventueel aankomende veelbelovende frites- en chipsrassen uit het kruisingsprogramma van Bioimpuls III.

Flink gelobbyd

Peter Keijzer, programmacoördinator Veredeling & Innovatieve Teelten bij het Louis Bolk Instituut in Bunnik en projectleider van dit veredelingsinitiatief, legt tijdens de rondgang uit wat deze derde fase exact inhoudt. “Zoals de meesten in de aardappelsector wel weten, is de eerste projectfase van Bioimpuls gestart om phytophthoraresistente rassen te kweken. Dat was twee jaar nadat in 2007, een seizoen met een zeer hoge phytophthoradruk, de aardappelziekte leidde tot een zeer lage aardappeloogst bij biologische telers.” Enkele initiatiefnemers uit onderzoek en praktijk, waaronder professor Edith Lammerts van Bueren, werkzaam bij zowel het Louis Bolk Instituut als Wageningen University & Research en biologisch aardappelteler Niek Vos vatten destijds het idee op om een speciaal veredelingsprogramma op poten te zetten, roept Keijzer nog in herinnering. Voor financiering hiervan klopten ze onder meer aan bij het kennisnetwerk Bioconnect uit de eigen sector en het Ministerie van Landbouw. De financiering voor opstartjaar 2009 was daarmee geregeld. Vanaf 2010 verliep het verwerven van gelden via het op dat moment kersverse programma Groene Veredeling. “Het kweekprogramma in de eerste fase, van 2009 tot en met 2014, was voornamelijk gericht op rasveredeling van tafelaardappelen. Binnen Groene Veredeling is dit in 2015 verlengd met een tweede fase en deels nieuwe partners. Bioimpuls II liep vervolgens van 2015 tot en met 2019. Nu is elf jaar veel te kort om via traditionele veredeling te komen tot nieuwe phytophthoraresistente aardappelrassen. Zeker wanneer je start met kruisingsouders die dicht bij wilde verwanten van aardappel liggen. Daarom is er in 2018 en 2019 flink gelobbyd voor verlenging van Bioimpuls en Groene Veredeling”, laat de projectleider weten. Die inspanning slaagde gelukkig en daarmee is Bioimpuls III een feit. In deze derde fase, die loopt van 2020 tot en met 2025, willen de deelnemers ook gaan werken aan de zoektocht naar geschikte phytophthoraresistente rassen voor verwerking tot frites, chips en zelfs vlokken. Daarnaast willen de kwekers binnen dit derde deel van het project op zoek gaan naar resistentie tegen virus. Volgens Keijzer is dat laatste nodig om ook de pootgoedteelt volledig binnen de biologische teelt onder te brengen. Vanuit LTO kwam het verzoek om in Bioimpuls III ook gericht met moleculaire merkers aan resistentie tegen AM en wratziekte te gaan werken. De benodigde extra gelden zijn sinds begin van dit jaar gevonden en daarmee omvat de focus van Bioimpuls III nu naast Phytophthora ook resistentie tegen virus, AM en wratziekte.

Echte resultaten

Zowel veredelingsbedrijven als kwekers krijgen jaarlijks nieuw zaad vanuit het project Bioimpuls om de aardappelen die daaruit voortkomen te beoordelen en hier nieuwe rassen uit te selecteren.

De opzet van Bioimpuls is een publiek-private samenwerking (PPS) die valt onder het topsectorbeleid, vertelt Keijzer. Hiervoor benodigde euro’s zijn afkomstig van zowel landelijke overheid als private ondernemingen en personen. In totaal is voor Bioimpuls III nu 340.000 euro per jaar beschikbaar, zo’n 13 procent meer dan vorig jaar. “De grootte van dit budget onderstreept dat Bioimpuls ondertussen toch wel het vlaggenschip is binnen het programma Groene Veredeling. Hier komen echt resultaten in de vorm van robuuste rassen uit voort en dat is wat het project sterk en uniek maakt”, meent de projectleider. En voor “wie het nog niet weet”, legt hij nog maar eens uit dat binnen Bioimpuls onderzoekers en kwekers diverse wilde aardappelsoorten kruisen met moderne rassen. Met resistente nakomelingen hiervan kruisen ze verder. “Alle deelnemers zijn bezig met aanhouden of weggooien, maar rassen registreren en op de markt zetten verloopt via de aangesloten handelshuizen. Onze taak als team is om binnen het door de kwekers geselecteerde materiaal te kijken met welke geschikte nummers of rassen we verder gaan kruisen om de gewenste resultaten te krijgen. Zowel veredelingsbedrijven als kwekers krijgen jaarlijks nieuw zaad vanuit het project om de aardappelen die daaruit voortkomen te beoordelen en hier nieuwe rassen uit te selecteren, precies zoals Jan Boer in zijn YouTube-filmpje laat zien. De meest geschikte nakomelingen zetten sommige kwekers tijdens dat selectieproces al in om zelf mee verder te kruisen. Deze resistente selecties gaan vervolgens weer terug naar onze projectonderzoekers in Wageningen. Hier ondergaan ze een centrale resistentietoetsing en volgt een evaluatie om te beoordelen of ze geschikt zijn als geniteur om hier binnen Bioimpuls mee door te kruisen. In de eerste twee projectdelen was dat al na vier jaar, voor projectdeel III hebben we besloten dat pas na vijf jaar te doen. We gaan daarbij onder meer na of de aardappelplanten goed groeien onder biologische omstandigheden en of ze uiteraard ook goed smaken, bakken en koken. Op het phytophthora-infectieveld bevestigen we de resistentie en via moleculaire merkers bepalen we welke resistentiegenen er in de betreffende kloon zitten. De beste klonen zetten de Wageningse veredelaars vervolgens weer in voor nieuwe kruisingen. Daarmee start weer een nieuwe cyclus van kruisen en selectie van steeds beter en resistenter materiaal”, beschrijft Keijzer. Veredelings­bedrijven die resistente nakomelingen hebben geselecteerd met commerciële potentie, registreren de rassen zelf. Ook de marktintroductie, pootgoedteelt, -verkoop enzovoorts is voor eigen verantwoording. Afdracht van licentie-inkomsten terug naar Bioimpuls is volgens de projectleider niet aan de orde.

Niet verprutsen

“Bioimpuls III is nu de derde fase in een langlopend traject”, vervolgt de projectleider. In 2009 kwamen hiervoor de eerste resistentiebronnen beschikbaar uit wilde verwanten. Deze zijn vanaf dat moment zodanig doorgekruist met onze cultuuraardappel, dat inmiddels alle twaalf resistentiegenen waar het project mee werkt in kruisingsmateriaal zitten. Vanuit zeven resistentiegenen zijn dan direct commerciële rassen te selecteren. “We verwachten dat de laatste vijf resistentiegenen aan het eind van Bioimpuls IV, in 2029, ook zover zijn opgewerkt dat zij stevig in de commerciële selectiepijplijnen van de kwekers zijn opgenomen. Wanneer het zover komt, dan heeft Bioimpuls echt het einddoel bereikt en is een publiek gefinancierde inspanning niet langer nodig”, aldus Keijzer. Over de problematiek van mogelijke resistentiedoorbraken en die twaalf, door sommigen relatief beperkt geachte aantal, resistentiegenen maakt hij zich vooralsnog geen grote zorgen. “Zolang we ze in de praktijk niet verprutsen, bijvoorbeeld door sommige R-genen te veel enkelvoudig in te zetten en in de teelt de aardappelziekte daarin ongebreideld te laten voortwoekeren, kunnen we nog lang vooruit. Dus ja, wanneer je nu Phytophthora in een resistent ras met maar één R-gen krijgt, adviseren we bij infectie altijd; ga als de wiedeweerga loofbranden en voorkom dat de ziekte doorwoekert. Dan maar wat minder kilo’s. Wanneer de sector hier namelijk niet op let, dan heb je het volgende jaar direct aan de start al een fysio klaarstaan dat voor volledige resistentiedoorbraak kan zorgen en dan kun je het betreffende resistentiegen wel schrappen uit het rijtje. Zelfs in een gestapelde combinatie met andere genen sorteert zo’n doorbroken gen dan geen enkel aanvullend effect. Bovendien zijn bij een dergelijk scenario de financiële gevolgen uiteindelijk nog groter voor de telers dan op tijd branden”, waarschuwt Keijzer.

Eerste ras geregistreerd

In de nu derde fase van Bioimpuls nemen in totaal elf veredelingsbedrijven en twaalf boerenkwekers deel die gezamenlijk hun keuzes kunnen maken voor beoordeling en selectie.

Om ervoor te zorgen dat de ingekruiste resistenties duurzaam blijven werken tegen Phytophthora, is het stapelen van meerdere resistentiegenen in één ras wel de beste optie, meent hij. “Toch kunnen we voorlopig ook nog wel vooruit met rassen die maar één resistentie hebben, want die hebben we nodig als tussen­oplossing om de nog lange weg in de overgang naar voldoende rassen met gestapelde resistenties te kunnen over­bruggen.” Bij al het benodigde kruisings- en selectiewerk hiervoor binnen Bioimpuls is het volgens Keijzer zonder meer noodzakelijk precies te weten voor een bepaalde nakomeling welke resistentiegenen de waargenomen resistentie in het veld veroorzaken. Moleculaire merkertechnologie is daarvoor in zijn ogen een onontbeerlijk hulpmiddel. In een tweede project onder Groene Veredeling ontwikkelen onderzoekers van Wageningen University & Research nieuwe moleculaire merkers die beschikbaar komen voor gebruik in Bioimpuls, maar ook in andere veredelingsprojecten. “Hiermee kunnen we de aanwezigheid van één of meerdere resistentiegenen in nakomelingen aantonen en vervolgens heel gericht nieuwe kruisingen plannen om nog meer verschillende resistentiegenen in één ras te combineren.” Uit Bioimpuls is het eerste commerciële ras inmiddels geregistreerd, Nola van Den Hartigh. Meer aankomende rassen zitten nog in registratieonderzoek. Wat de projectleider tot slot eveneens vol trots kan melden, is dat voor Bioimpuls III de animo in de kweeksector zo is toegenomen, dat het aantal deelnemers ten opzichte van Bioimpuls II is verdubbeld. “Nu nemen in totaal elf veredelingsbedrijven en twaalf boerenkwekers deel die gezamenlijk hun keuzes kunnen maken voor beoordeling en selectie. Samen kunnen ze jaarlijks om en nabij 90.000 zaden uit zo’n 300 kruisingscombinaties verwerken”, meldt hij glunderend van onder zijn zonnehoed. ●

Evenementen

©2015 - 2026 Aardappelwereld | Ontwerp en realisatie COMMPRO